Einde inhoudsopgave
Eigendomsgrondrecht en belastingen (FM nr. 161) 2020/5.1
5.1 Inleiding
dr. T.C. Gerverdinck, datum 13-03-2020
- Datum
13-03-2020
- Auteur
dr. T.C. Gerverdinck
- JCDI
JCDI:ADS197311:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Mensenrechten
Voetnoten
Voetnoten
In Nederland is dit voor belastingen ook terug te vinden in artikel 104 van de Grondwet, waarin is bepaald dat: “Belastingen van het Rijk worden geheven uit kracht van een wet. Andere heffingen van het Rijk worden bij de wet geregeld”.
Zie Weber & Sirithaporn 2014 over dit onderwerp in de context van het EU-recht.
Barkhuysen & Van Emmerik 2005, p. 11-12 en Schutte 2004, p. 53.
Zo verwijst het EHRM in de artikel 1 Eerste Protocol zaak CBC-UNION, S. R. O. v. the Czech Republic in het kader van de lawfulness eis naar een arrest over artikel 7 EVRM (Cantoni v. France) en een arrest over artikel 10 EVRM (Rekvényi v. Hungary).
EHRM 24 november 2005, nr. 49429/99, (Capital Bank AD v. Bulgaria), par. 134 en EHRM 31 juli 2008, nr. 72034/01 (Družstevní záložna Pria and Others v. the Czech Republic), par. 89. Het vereiste van een effectief rechtsmiddel geldt ook bij aantasting van andere in het EVRM verzekerde grondrechten. Zo kan gewezen worden op artikel 2 EVRM (EHRM 8 juli 2004, nr. 53924/00 (Vo v. France), par. 89-90, EHRC 2004, 86, artikel 8 EVRM (EHRM 7 juli 2015, nr. 28005/12 (MN & Others v. San Marino), par. 73, EHRC 2015/198 en artikel 10 EVRM (EHRM 14 september 2010, nr. 38224/03 (Sanoma Uitgevers B.V. v. the Netherlands), r.o. 88-90, EHRC 2010, 136.
De belangrijkste eis waaraan een aantasting van eigendom volgens het EHRM moet voldoen, is dat deze berust op een wettelijke grondslag.1 Een wettelijke grondslag moet bovendien van voldoende kwaliteit zijn, dat wil zeggen dat de wet voldoende toegankelijk, voorzienbaar en precies is.2 De voorwaarde van lawfulness is een uitvloeisel van de rule of law die ten grondslag ligt aan alle bepalingen van het EVRM.3 Zo bepaalt artikel 8, lid 2, van het EVRM dat een inmenging in het recht op eerbiediging van privé-, familie- en gezinsleven bij de wet moet zijn voorzien. Datzelfde geldt voor een aantasting van de vrijheid van godsdienst (artikel 9, lid 2, EVRM) en de vrijheid van meningsuiting (artikel 10, lid 2, EVRM). Artikel 7 EVRM vereist dat een strafrechtelijke veroordeling een – behalve bij misdaden tegen de menselijkheid – voorafgaande wettelijke basis heeft. De uitgangspunten die het EHRM hanteert bij de beoordeling van de lawfulness van een inbreuk op de verschillende grondrechten komen grotendeels overeen.4 Verder brengen de concepten van lawfulness en de rule of law in een democratische samenleving mee dat een aantasting van fundamentele rechten vergezeld moet gaan van procedurele garanties die de betrokkene een redelijke mogelijkheid bieden om de rechtmatigheid van die aantasting aan te vechten.5 Deze eis staat ook in artikel 13 EVRM, waarin is bepaald dat een ieder wiens fundamentele rechten en vrijheden zijn geschonden recht heeft op een daadwerkelijk rechtsmiddel (effective remedy / recours effectif) voor een nationale instantie. Het vereiste van lawfulness en de rule of law brengen daarom mee dat eigendom aantastende belastingmaatregelen vergezeld moet gaan van procedurele garanties. In dit hoofdstuk komen zowel het kwaliteits- als het procedurele aspect van het vereiste van lawfulness aan de orde.