Einde inhoudsopgave
Accountantsaansprakelijkheid (R&P nr. CA20) 2019/2.4.2.5
2.4.2.5 Eisen individuele accountant
mr. J.E. Brink-van der Meer, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. J.E. Brink-van der Meer
- JCDI
JCDI:ADS296851:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Algemeen
Juridische beroepen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
PwC en EY verschillen met de AFM van mening over de invulling van de zorgplicht. Zie paragraaf 5.9.3 voor een toelichting.
Vergunningwijzer Wta, hoofdstuk 5, p. 6.
Art. 1 sub f Wta en Kamerstukken 2003/2004, 29 658, nr. 3, p. 12.
En de standaarden uit artikel 26 van richtlijn 2006/43/EG.
Artikel 12 (Verslag aan toezichthouders van OOB’s) EU-verordening ‘Eisen wettelijke controles van financiële overzichten van OOB’s’.
Stibbe, Corporate Alert 16 juni 2016, Wetsvoorstel Implementatie richtlijn en verordening wettelijke controles jaarrekeningen – nieuwe voorschriften voor accountantsorganisaties en organisaties van openbaar belang.
EU-verordening ‘Eisen wettelijke controles van financiële overzichten van OOB’s.
AFM, Vergunningwijzer Wta, Hoofdstuk 5: Externe Accountants, p. 3-11.
Deze verplichting is tevens van toepassing op de accountantsorganisatie (artikel 14 a Wta).
Hoewel de Wta in essentie is gericht op de accountantsorganisatie, bevat deze wet ook een separate afdeling over de individuele accountant (afdeling 3.2). De vergunninghouder draagt er zorg voor dat de accountants die bij haar werkzaam zijn (of aan haar verbonden) voldoen aan het bij of krachtens afdeling 3.2 Wta bepaalde. Daarnaast zijn in de wet ook nog andere verplichtingen voor de individuele accountant opgenomen.
Ten aanzien van de eisen met betrekking tot de individuele accountant is volgens de vergunningwijzer van de AFM van belang dat de accountantsorganisatie een zorgplicht heeft voor de aan haar verbonden accountants. Deze zorgplicht houdt in dat de accountantsorganisatie ervoor moet zorgen dat haar accountants zich houden aan alle eisen die de wet aan accountants stelt.1 Voorts is de accountantsorganisatie ervoor verantwoordelijk dat de accountant handelt volgens de in het stelsel van kwaliteitsbeheersing van de accountantsorganisatie vastgelegde regels en procedures. De AFM kan de accountantsorganisatie op beide punten aanspreken.2
De Wta en het Bta bevatten hoofdnormen van gedragsregels voor de individuele accountant. De invulling daarvan vindt in beginsel plaats door de regels die door de NBA worden uitgewerkt. De zelfregulering door de NBA heeft voor een belangrijk deel betrekking op de in de Wta en het Bta opgenomen hoofdnormen van vakbekwaamheid, onafhankelijkheid, objectiviteit en integriteit van de accountant. De Wta, het Bta en de regelgeving van de NBA omvatten samen het gehele normenkader voor de accountantsorganisatie en de individuele accountant. Hierbij is relevant dat de Wta en het Bta niet zien op de werkzaamheden van accountants buiten het domein van de wettelijke controle. Het waarborgen van de kwaliteit buiten dit domein wordt volledig overgelaten aan de NBA. De Wab richt zich op haar beurt tevens op de individuele accountant maar deze wet ziet op beroepsregels, onder andere met betrekking tot de inschrijving in het accountantsregister van de NBA alsmede de opleiding van de RA/AA. Tevens is de NBA op grond van Wab bevoegd tot het opstellen van adequate regelgeving.
Met betrekking tot de individuele accountant gelden de volgende eisen uit de Wta en Bta:
Accountants werkzaam bij of verbonden aan een vergunninghouder dienen te worden ingeschreven in het register van de AFM.3 Alleen accountants ingeschreven in het register van de AFM zijn gerechtigd tot het uitvoeren van wettelijke controles in de zin van de Wta (zie tevens paragraaf 4.4.2 omtrent deskundigheid).
Er zijn in de Wta tevens voorzieningen opgenomen ten aanzien van auditkantoren binnen de lidstaten van de EU en daarbuiten (‘derde landen’).
De accountant moet voldoen aan bij of krachtens AMvB te stellen regels met betrekking tot zijn vakbekwaamheid, objectiviteit en integriteit (artikel 25 Wta).4 Dit wordt nader uitgewerkt in artikel 35 Bta jo. 19 lid 1 en artikel 19 lid 2 Wab.
Door de verwijzing in het Bta naar de Wab wordt de link gelegd tussen de Wta en de wet- en regelgeving die geldt voor de individuele accountants (zie hierover paragraaf 2.4.3 inzake de Wab).
De accountant dient onafhankelijk te zijn ten opzichte van zijn controlecliënt en/of een met deze controlecliënt verbonden derde (art. 25a Wta en Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten). Indien een accountant betrekkingen onderhoudt met een controlecliënt of een met deze controlecliënt verbonden derde op grond waarvan een objectieve, redelijke en geïnformeerde derde partij zou concluderen dat die een bedreiging kunnen vormen voor de onafhankelijkheid van de accountant ten opzichte van die controlecliënt of derde, neemt de accountant maatregelen om zijn onafhankelijkheid te waarborgen door deze bedreiging uit te sluiten of te beperken, of -voor zover mogelijk- accepteert de accountant geen betrokkenheid bij de uitvoering van de opdracht of beëindigt hij de betrokkenheid (artikel 25a Wta).
Een geheimhoudingsplicht voor zowel accountantsorganisatie als individuele accountant (artikel 20 respectievelijk 26 Wta). Accountants kunnen zich daardoor beroepen op hun geheimhoudingsplicht volgens de Wta. Deze geheimhoudingsplicht geldt niet indien de accountant bij of krachtens wettelijk voorschrift of bij de EU-verordening tot mededeling verplicht is. Dit is bijvoorbeeld aan de orde bij een vermoeden van fraude va n materieel belang (zie hierna v).
Een meldingsplicht voor individuele accountants indien sprake is van fraude van materieel belang (artikel 26 leden 2 en 3 Wta en 36 Bta). De accountant dient zijn cliënt te wijzen op zijn vermoeden van fraude. Hij dient hierbij aan te dringen op een nader onderzoek en maatregelen die de fraude ongedaan maken en herhaling voorkomen. Indien de cliënt hier niet toe overgaat, is de accountant verplicht een en ander te melden aan een opsporingsambtenaar als bedoeld in artikel 141 Wetboek van Strafvordering. De accountant die tot een dergelijke fraudemelding overgaat, is niet aansprakelijk voor de schade die een derde dientengevolge lijdt, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat gelet op alle feiten en omstandigheden in redelijkheid niet tot melding had mogen worden overgegaan (artikel 26 lid 4 Wta). De accountant wordt dus beschermd, maar alleen als hij de melding gezien de omstandigheden van het geval ook in redelijkheid had mogen maken. De vraag is of deze beperking in de vrijwaring niet tot gevolg zal hebben dat niet of te laat tot melding overgegaan zal worden.
Artikel 12 van de EU-Verordening5 bevat een verplichting voor de accountant(sorganisatie) die een OOB controleert om in een drietal specifiek omschreven situaties de bevoegde autoriteit te informeren. Het gaat daarbij onder meer om informatie over materiële bedreigingen voor, of twijfel over het voortbestaan van de OOB, of om de weigering om een goedkeurende controleverklaring af te geven.6 Zie voorts paragraaf 1.4.2.5 inzake artikel 7 van de EU Verordening7 met betrekking tot een vermoeden (of redelijke gronden om te vermoeden) van onregelmatig heden, waaronder fraude.
vi. De accountant dient de controleverklaring af te geven en op eigen naam te ondertekenen, met melding van de accountantsorganisatie waar hij werkzaam is of aan verbonden is (artikel 29 Wta). Hiermee hangt nauw samen de eis dat wettelijke controles te allen tijde plaats dienen te vinden onder de verantwoordelijkheid van een externe accountant (artikel 18 lid 2 Wta, zie 1.4.2 inzake deze verantwoordelijkheid).
‘De externe accountant is vaktechnisch verantwoordelijk voor de uitvoering van de controle namens de accountantsorganisatie. Dit betekent dat de externe accountant verantwoordelijk is voor de gehele uitvoering van de controle: voor het controleplan, voor de uitvoering van de werkzaamheden, voor de bevindingen, voor de uit de bevindingen getrokken conclusies en voor het oordeel dat blijkt uit de verklaring. De externe accountant ondertekent de accountantsverklaring met zijn eigen naam en vermeldt daarbij de naam van de accountantsorganisatie’.8
De vergunninghouder in de zin van de Wta dient er zorg voor te dragen dat de accountants die bij haar werkzaam zijn of aan haar verbonden zijn, voldoen aan de op hen van toepassing zijnde voorschriften zoals opgenomen in Wta en Bta alsmede de Wet RA dan wel Wet AA (artikel 14 Wta). Hierbij is van belang dat accountants minimaal jaarlijks aan de accountantsorganisatie moeten bevestigen dat zij de onafhankelijkheidsregels naleven zoals vastgelegd in de gedragscode en beroepsregels van de NBA. Tevens dient een externe accountant de accountantsorganisatie te informeren over bedreigingen van zijn/haar onafhankelijkheid (artikel 28 Bta).
Een accountant mag een wettelijke controle in de zin van de Wta bij een OOB niet uitvoeren, indien hij gedurende de voorgaande vijf boekjaren verantwoordelijk is geweest voor de uitvoering van de wettelijke controle bij die organisatie (artikel 24 Wta). Dit betreft de partnerroulatie. Een en ander is goed toetsbaar omdat de accountant de controleverklaring op eigen naam dient te ondertekenen (artikel 29 Wta).
Degene die als accountant verantwoordelijk is geweest voor een wettelijke controle in de zin van de Wta bij een OOB mag gedurende een periode van twee jaar na beëindiging van zijn werkzaamheden geen functie aanvaarden als dagelijks beleidsbepaler, lid van het auditcomité of een orgaan met gelijksoortige taken bij die controlecliënt (artikel 29 a Wta). De periode bedraagt een jaar indien geen sprake is van een OOB.
De accountant dient tekortkomingen met betrekking tot een wettelijke controle te herstellen (artikel 25b Wta).9
Sanctie: Met betrekking tot de voor individuele externe accountants geldende eisen uit de Wta en Bta, is de accountant onderworpen aan tuchtrechtspraak conform de Wtra (artikel 31 Wta).
Tot slot: De EU-verordening ‘Eisen wettelijke controles van financiële overzichten van OOB’s’ betreft wetgeving van toepassing op zowel de accountantsorganisaties als de individuele accountant. Dientengevolge zijn de in paragraaf 2.4.2.3 opgenomen eisen voor accountantsorganisaties op basis van de EU-verordening eveneens van toepassing op de individuele accountant.