NJ 2012/370
Groepsbelediging. Aanzetten tot haat tegen en discriminatie van moslims. Zaak-Wilders. Rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.
Rb. Amsterdam 23-06-2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ9001, m.nt. P.A.M. Mevis (Wilders)
- Instantie
Rechtbank Amsterdam
- Datum
23 juni 2011
- Magistraten
Mrs. A.A.M. van Oosten, G.P.C. Janssen, J.C. Boeree
- Zaaknummer
13/425046-09
- Noot
P.A.M. Mevis
- LJN
BQ9001
- Roepnaam
Wilders
- JCDI
JCDI:ADS161507:1
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ9001, Uitspraak, Rechtbank Amsterdam, 23‑06‑2011
- Wetingang
Essentie
Groepsbelediging. Aanzetten tot haat tegen en discriminatie van moslims. Zaak-Wilders. Rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.
Samenvatting
Aan verdachte, Geert Wilders, zijn vijf feiten ten laste gelegd, t.w. (feit 1:) groepsbelediging, (feiten 2 en 3:) aanzetten tot haat tegen en discriminatie van moslims wegens hun godsdienst, en (feiten 4 en 5:) aanzetten tot haat tegen en discriminatie van niet-westerse allochtonen en Marokkanen wegens hun ras (in rov. 2 “Tenlastelegging” zijn de (28) uitlatingen in de tenlastelegging afzonderlijk genummerd).
De rechtbank komt tot partiële niet-ontvankelijkheid t.a.v. feit 1 ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.