Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/3.5.3.2
3.5.3.2 Overgang van de vordering
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS589466:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijvoorbeeld HR 20 juni 2003, JBPr 2003/57; en Rb. Almelo 28 december 2005, JOR 2006/92, m.nt. J.M. Blanco Fernández.
Zie o.a. HR 21 oktober 1983, NJ 1984, 254 (Zomerdijk/Goudsblom), m.nt. Ma; HR 28 oktober 1988, NJ 1989, 83, m.nt. JBMV; HR 26 november 2004, NJ 2005, 41 (Haantjes/Damstra); en HR 15 december 2006, RvdW 2007, 10.
Zie o.a. HR 21 oktober 1983, NJ 1984, 254 (Zomerdijk/Goudsblom), m.nt. Ma. Wordt in deze gevallen een privatieve last (art. 7:423 BW) aangenomen, dan is de nieuwe schuldeiser onbevoegd om een procedure te beginnen.
Zie o.a. HR 2 december 1994, NJ 1996, 246 (ABN Amro/Coopag Finance), m.nt. DWFV; vgl. HR 20 september 1991, NJ 1992, 552, m.nt. JBMV. Anders: HR 27 november 2009, ]OR 2010/43 (VEB/WOL), m.nt. K. Frielink.
Bij een vergissing is een andere mogelijkheid (tijdige) rectificatie. Wordt in naam van een ander dan de nieuwe schuldeiser de dagvaarding uitgebracht, dan kan ook door rectificatie van de tenaamstelling van de dagvaarding de juiste procespartij alsnog ontvankelijk worden verklaard. De juiste procespartij wordt ontvankelijk verklaard, mits de vergissing voor gedaagde kenbaar was, de gedaagde niet wordt benadeeld of in zijn verdediging geschaad door de rectificatie en de rectificatie tijdig plaatsvindt. Zie HR 4 december 1998, NJ 1999, 269 (Vander Lugt/Zeegers Installatietechniek); HR 14 december 2007, NJ 2008, 10 (Doelant Lemelerveld c.s./Veltmaat). Een formele procespartij kan haar naam ook in overeenstemming brengen met de werkelijkheid en haar naam in de naam van de materiële procespartij te wijzigen, als ook de wederpartij moet hebben begrepen dat de naam van de formele procespartij niet anders kon zijn dan de naam van de materiële procespartij. Zie HR 11 september 2009, NJ 2010, 415, m.nt. H.J. Snijders.
Zie met betrekking tot een openbare cessie, r.o. 3.5, HR 26 januari 2007, NJ 2007, 74, JOR 2007/80, m.nt. NEDF. Hetzelfde geldt m.i. voor hoger beroep. Vgl. met betrekking tot een openbare cessie, r.o. 4.4, Hof Arnhem 19 mei 2009, LJN: BJ2949, in welke zaak mededeling werd gedaan kort nadat hoger beroep was ingesteld.
127. Bij de overgang van vorderingen is het uitgangspunt dat alleen de schuldeiser procesbevoegd is. Na de overgang van de vordering is alleen de nieuwe schuldeiser bevoegd om een procedure te beginnen. Brengt de oude schuldeiser de dagvaarding uit, dan is hij daartoe in beginsel onbevoegd en dient hij niet-ontvankelijk te worden verklaard. Is sprake van een mislukte overdracht, dan blijft de cedent procesbevoegd.1 Door de Hoge Raad is evenwel geoordeeld dat na de overgang van de vordering een last tot inning uitdrukkelijk kan worden bedongen of in de overeenkomst opgesloten kan liggen, in dier voege dat de oorspronkelijke schuldeiser bevoegd blijft de vordering in eigen naam ten behoeve van de nieuwe schuldeiser te innen.2 Als de oude schuldeiser kennelijk met toestemming van de nieuwe schuldeiser procedeert, is deze omstandigheid voldoende geoordeeld om een dergelijke last aan te nemen.3 Als geen rechtsgeldige overdracht heeft plaatsgevonden, maar de beoogde nieuwe schuldeiser al is overgegaan tot het in rechte eisen van nakoming, wordt, anticiperend op een rechtsgeldige overdracht, in de overeenkomst tot overdracht een last tot inning gelezen.4 Als bij de overgang van vorderingen de procesbevoegdheid niet herleid kan worden tot het schuldeiserschap, wordt in de rechtspraak aldus snel een last tot inning aangenomen.5
Deze rechtspraak sluit goed aan bij de stille cessie. Door de overgang van de vordering is in beginsel alleen de stille cessionaris bevoegd om een procedure te beginnen of een lopende procedure voort te zetten. Maar uit het voorgaande volgt dat snel een last tot inning zal worden aangenomen, als de stille cedent een procedure begint of een lopende procedure voortzet. Het laat onverlet dat de procesbevoegdheid van de stille cedent ook uitdrukkelijk kan zijn vastgelegd in een tussen de stille cedent en stille cessionaris gesloten overeenkomst van lastgeving.
Begint de stille cessionaris de procedure, dan zal het uitbrengen van de dagvaarding als het doen van mededeling kunnen worden beschouwd, mits uit de dagvaarding voldoende duidelijk blijkt dat de cessionaris als nieuwe schuldeiser de procedure begint. Aan het doen van mededeling van de cessie kan zijn voldaan als de akte van cessie door het overleggen in de procedure aan de schuldenaar bekend is geworden.6