V-N 2025/34.18
A-G Wattel: twijfel over de vraag of nationale rechtspraak weigering BTW-nultarief in lijn is met die van Hof van Justitie EU
HR (Parket) 22-04-2025, ECLI:NL:PHR:2025:451, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad (Parket)
- Datum
22 april 2025
- Zaaknummer
24/02469
- Conclusie
A-G Wattel
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD18140:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Omzetbelasting / Intracommunautaire transactie
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1100, Uitspraak, Hoge Raad, 08‑07‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:451, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 22‑04‑2025
- Wetingang
Essentie
A-G Wattel is van mening dat er spanningen zijn tussen de (i) fiscaalrechtelijke en strafrechtelijke criteria voor ‘opzet’ respectievelijk ‘onjuist’ en (ii) EU-rechtelijke en nationaal-fiscaalrechtelijke criteria voor het weigeren van het BTW-nultarief. Het is daarom wenselijk dat de Hoge Raad dit laatste punt opheldert.
Samenvatting
De acht strafrechtelijke zaken waarin A-G Wattel heeft geconcludeerd, gaan over het valselijk claimen van het BTW-nultarief in verband met levering van metaalschroot vanuit Nederland naar het Verenigd Koninkrijk (toen nog EU-lid). De verdachten in de acht strafzaken zijn drie Nederlandse rechtspersonen en vijf broers. De (rechts)personen werden – naast het valselijk claimen van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.