Einde inhoudsopgave
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/39.3
39.3 Een praktijkvoorbeeld: Daisy
mr. dr. M.F. Vermaat, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. dr. M.F. Vermaat
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Onder beschermd wonen wordt verstaan (art. 1.1.1 Wmo 2015): wonen in een accommodatie van een instelling met daarbij behorende toezicht en begeleiding, gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie, het psychisch en psychosociaal functioneren, stabilisatie van een psychiatrisch ziektebeeld, het voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast of het afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen, bestemd voor personen met psychische of psychosociale problemen, die niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving.
Zie ook Kamerstukken II 2013/14, 33841, 34.
De regiogemeente moet een mandaatbesluit nemen. Zo niet, dan zal het zelf de toegang moeten bepalen, beschikkingen afgeven en daadwerkelijk opvang en beschermd wonen verstrekken (Kamerstukken II 2013/14, 33841, 34). Het betreft een algemeen mandaat dat schriftelijk moet worden verleend en conform art. 3:42 Awb bekend moet worden gemaakt (art. 10:5 Awb).
Art. 18 lid 1 Pw luidt: ‘Het college stemt de bijstand en de daaraan verbonden verplichtingen af op de omstandigheden, mogelijkheden en middelen van de belanghebbende.’
Wat ik hierboven beschrijf is geen op zichzelf staand incident en komt met regelmaat voor.
Wat is het geval? Mijn cliënte, laten we haar Daisy noemen, woont thuis bij haar ouders, maar is inmiddels volwassen en heeft een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet (Pw). Omdat zij niet in staat is om zelfstandig te wonen, is een indicatie voor beschermd wonen ingevolge de Wmo 20151 aangevraagd. De verantwoordelijkheid voor beschermd wonen ligt bij alle gemeenten in Nederland. Tussen de rijksoverheid en de VNG is afgesproken om met centrumgemeenten te werken. De regie voor beschermd wonen ligt daardoor bij de centrumgemeente. Overigens zijn gemeenten ook zonder centrumgemeenteconstructie verplicht met elkaar in het kader van de Wmo 2015 samen te werken (artikel 2.6.1 Wmo 2015).2
Daisy meldt zich bij de centrumgemeente. Dat is een andere gemeente dan waar Daisy woont. Dat wordt de regiogemeente genoemd.3 De indicatie voor beschermd wonen wordt zonder al teveel problemen afgegeven. Vervolgens kiest Daisy er niet voor om in een van de door de gemeente gecontracteerde beschermd wonen instellingen haar intrek te nemen, maar een PGB (PersoonsGebonden Budget) aan te vragen waarmee zij zelf het beschermd wonen inkoopt. Het PGB is ten behoeve van de in te kopen begeleiding, niet voor de huisvesting. Zij vindt een plek en betaalt voor de kamer met kost en inwoning € 600,= per maand. Daisy verhuist en is tevreden. Deze gang van zaken stemt hoopvol, maar toch gaat het fout.
Daisy doet niet alleen een beroep op de Wmo 2015, maar heeft ook een uitkering ingevolge de Participatiewet. Omdat zij in een instelling is gaan wonen, althans in de ogen van de gemeente, als bedoeld in artikel 1 onderdeel f Pw wordt haar bijstandsuitkering aangepast naar de zogeheten ‘zak- en kleedgeldnorm’. Dat betekent dat zij de overeengekomen € 600,= niet meer op kan bren- gen. De gemeente is zich van dit gevolg bewust, maar schrijft in de beslissing de wet niet te kunnen veranderen. Tegen het besluit wordt bezwaar aangetekend en naast argumenten ten aanzien van de definitie van wat een inrichting of instelling is, wordt aangedragen dat artikel 18 lid 1 Pw het college in bijzondere omstandigheden de verplichting tot individualisering oplegt.4 Dat kan ook een afwijking inhouden van de toepasselijke bijstandsnorm. In de bezwaarprocedure werd tevens aangevoerd dat als het doel van de Wmo 2015 is om mensen die niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving, toch beschermd te kunnen laten wonen, het contraproductief is om Daisy, zij het indirect, weer ‘op straat te zetten’. Vanwege de gemeente werd de suggestie gedaan dat Daisy dan maar in een andere beschermd wonen setting moest gaan wonen waar kost en inwoning wel in het Wmo budget zit. Dat dit in feite op rondpompen van geld (en doorschuiven van Daisy) neerkomt zonder dat dit in haar belang is, brak geen potten.5