Verbondenheid in het belastingrecht
Einde inhoudsopgave
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/5.5:5.5 Conclusie
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/5.5
5.5 Conclusie
Documentgegevens:
Dr. R.N.F. Zuidgeest, datum 20-11-2008
- Datum
20-11-2008
- Auteur
Dr. R.N.F. Zuidgeest
- JCDI
JCDI:ADS602971:1
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht / Bijzondere onderwerpen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de sociaal-maatschappelijke werkelijkheid en het personen- en familierecht, en met name in de regels voor het huwelijk, geregistreerd partnerschap, bloed- en aanverwantschap en familierechtelijke betrekkingen, is een aantal aangrijpingspunten te vinden voor de definitie van relaties van natuurlijke personen. Deze zijn in dit hoofdstuk onderzocht. In onderstaand schema zijn de relevante verbondenheidsbegrippen vermeld.
Begrip
Criteria
Functie
Echtgenoot
Criteria als omschreven in Titel 5 Boek 1 BW
Ob en F
Geregistreerd partner
Criteria als omschreven in Titel 5A Boek 1 BW
Ob en F
‘Levensgezel’ in de zin van
Twee niet-gehuwde meerderjarigen die met elkaar een
Ob en F
Aanwijzing 72a lid 1
nauwe persoonlijke betrekking onderhouden
Ob en F
‘Ongehuwd samenlevende’ in de zin van Aanwijzing 72a lid 2
Twee meerderjarigen die, anders dan als elkaars echt genoot of geregistreerde partner, een gezamenlijke huishouding voeren
Ob en F
‘Gezamenlijke huishouding’ in de zin van Aanwijzing 72a lid 3 onder 3°
Situatie waarin de betrokkenen hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning, en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel anderszins, zij met elkaar gehuwd zijn geweest, zij elkaars geregistreerde partner zijn geweest, zij eerder met elkaar ongehuwd samenlevend zijn geweest, of de man het kind van de vrouw heeft erkend
Ob en F
De onderwerpen in het personen- en familierecht hebben een sociaal-maatschappelijke lading. Er moet worden bedacht dat de sociaal-maatschappelijke betekenis van het huwelijk en het gezin de afgelopen decennia aanzienlijk is gewijzigd. Ongehuwd samenwonen heeft een volwaardige plaats verworven naast het huwelijk, en is niet meer weg te denken. De tendens is dat paren eerst ongehuwd samenwonen, om eventueel pas daarna te trouwen. Echter, veel ongehuwd samenwonende paren hebben kennelijk niet eens de intentie om ooit te trouwen. Ongehuwd samenwonen kan daarom meer en meer worden beschouwd als een manier om vorm te geven aan een volwaardige relatie. Uit demografisch onderzoek blijkt wel dat relaties van ongehuwde samenwoners minder stabiel zijn dan die van gehuwden.
Een ander feit is dat hét gezin niet meer bestaat: er zijn ook eenoudergezinnen, gezinnen met een inwonende ouder, pleeg- en stiefgezinnen, homoparen met kinderen en gezinnen van ongehuwd samenwonende ouders. Het personen- en familierecht is de afgelopen jaren ingrijpend gewijzigd en aangepast aan deze ontwikkelingen. De feitelijke situatie staat hierbij voorop. Bij de omschrijving van ‘verbondenheid’ lijkt daarom rekening te moeten worden gehouden met een dynamische benadering van samenlevingsvormen.
In het huwelijksvermogensrecht wordt voor gehuwden en geregistreerde partners uitgegaan van een wettelijke gemeenschap van goederen, tenzij hiervan is afgeweken door middel van huwelijksvoorwaarden. Bij een wettelijke gemeenschap van goederen zijn beide echtgenoten voor het geheel gerechtigd tot het gemeenschappelijke vermogen, waarbij zij ten aanzien van die goederen dezelfde bevoegdheden hebben. Dit is slechts anders indien sprake is van ‘verknochte goederen’. Aandelen in een NV of BV lijken in dit verband ook tot het vermogen van een belastingplichtige te behoren, indien hij of zij zelf geen aandeelhouder is in een NV of BV, maar zijn of haar echtgenoot wel.
Familierechtelijke betrekkingen ontstaan door bloed- en aanverwantschap. In dit verband bestaat onderscheid tussen biologisch, juridisch en sociaal ouderschap of bloedverwantschap. Vaak zullen deze verschillende vormen samenvallen, maar als gevolg van adoptie, erkenning van een kind, of een gerechtelijke vaststelling van het vaderschap geldt voor het familierecht een fictieve familierechtelijke betrekking, waardoor het juridisch bloedverwantschap afwijkt van het biologische. Bij de beschrijving van relaties tussen ouders en kinderen zal dit onderscheid in acht moeten worden genomen.
Indien overeenkomstig het onderzoek op het gebied van het ondernemingsrecht en het jaarrekeningenrecht in hoofdstuk 3 en 4 de functie van verbondenheidsbegrippen in het personen- en familierecht wordt omschreven, kan de obligatoire functie worden genoemd. Echter, omdat op grond van het personen- en familierecht aan individuen niet alleen verplichtingen worden opgelegd, maar ook rechten worden toegekend, kan tot op zekere hoogte ook van een facilitaire functie worden gesproken.