Einde inhoudsopgave
Intellectuele eigendom in het conflictenrecht (R&P nr. IE1) 2009/4.0
4.0 Inleiding
mr. S.J. Schaafsma, datum 25-06-2009
- Datum
25-06-2009
- Auteur
mr. S.J. Schaafsma
- JCDI
JCDI:ADS467651:1
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht / Algemeen
Internationaal privaatrecht / Conflictenrecht
Voetnoten
Voetnoten
In zijn eerste versie, anno 1883, was het Verdrag van Parijs van toepassing op octrooien, merken, tekeningen en modellen van nijverheid, handelsnamen en (in beperkte mate) herkomstaanduidingen. Later zijn gebruiksmodellen en de bestrijding van oneerlijke mededinging in het Verdrag van Parijs toegevoegd. Nog later zijn, buiten het kader van het Verdrag van Parijs, het kwekersrecht en het topografierecht tot ontwikkeling gekomen. De nucleus van het industriële-eigendomsrecht is echter, zeker vanuit conflictenrechtelijk en vreemdelingen-rechtelijk perspectief, altijd gevormd door het octrooirecht en het merkenrecht, die daarom — als gezegd — in deze studie centraal staan. Het tekeningen- en modellenrecht komt overigens zijdelings nog wel aan de orde. Zie over het Verdrag van Parijs met name Ladas 1975.
Zie alinea 24 hiervoor. De aanvullingen door de conferenties van 1886 (Rome) en 1890 (Madrid) zijn nooit in werking getreden.
333. Inleiding. In het internationale industriële-eigendomsrecht is een vergelijkbare ontwikkelingsgeschiedenis zichtbaar als in het internationale auteursrecht. In deze geschiedenis spelen met name de twee oudste industriële-eigendomsrechten een rol: het octrooirecht en het merkenrecht. Andere industriële-eigendomsrechten, zoals het tekeningen- en modellenrecht en het handelsnaamrecht, zijn pas later serieus tot ontwikkeling gekomen. Zij zijn, in ons onderzoeksveld, toen meegegaan in de reeds ingeslagen weg, en hebben daarin geen wijzigingen meer teweeg gebracht. In deze studie staan daarom het octrooirecht en het merkenrecht centraal, en daarmee (dus) ook het Verdrag van Parijs van 1883.1 Dit is de industriële-eigendomsrechtelijke tegenhanger van de Berner Conventie. Net als de Berner Conventie kent ook het Verdrag van Parijs een lange geschiedenis van herzieningsconferenties. Zoals in de Inleiding al ter sprake kwam, werden deze conferenties gehouden in 1886 (Rome), in 1890 (Madrid), in 1897 en 1900 (Brussel), in 1911 (Washington), in 1925 (Den Haag), in 1934 (Londen), in 1958 (Lissabon) en in 1967 (Stockholm).2
334. Plan van behandeling. Bezien wij echter, voordat wij in par. 4.2 in de geschiedenis van het Verdrag van Parijs duiken, eerst de geschiedenis van het beginsel van nationale behandeling vóór de totstandkoming van dat verdrag (par. 4.1). Immers, de opstellers van het Verdrag van Parijs namen in 1883 — net als de opstellers van de Berner Conventie enkele jaren later — eenvoudigweg een reeds bestaande en beproefde oplossing over.