Einde inhoudsopgave
Eigendomsgrondrecht en belastingen (FM nr. 161) 2020/4.1
4.1 Inleiding
dr. T.C. Gerverdinck, datum 13-03-2020
- Datum
13-03-2020
- Auteur
dr. T.C. Gerverdinck
- JCDI
JCDI:ADS197342:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Mensenrechten
Voetnoten
Voetnoten
EHRM 29 april 2008, nr. 13378/05 (Burden v. the United Kingdom), EHRC 2008/80 m.nt. Gerards, par. 59.
EHRM 23 oktober 1990, nr. 11581/85 (Darby v. Sweden), BNB 1995/244 m.nt. Feteris, par. 30.
Zie bijvoorbeeld EHRM 1 februari 2012, nr. 34976/05 (Metalco BT v. Hungary) of EHRM 2 juli 2013, nr. 41838/11 (R.Sz. v. Hungary).
EHRM 14 mei 2013, nr. 66529/11 (N.K.M. v. Hungary), EHRC 2013/170 m.nt. Leijten en EHRM 25 juni 2013, nr. 49570/11 (Gáll v. Hungary).
EHRM 13 januari 2015, nr. 50131/12 (Huitson v. The United Kingdom), BNB 2016/133 m.nt. Pauwels.
Om toegang te krijgen tot de bescherming van artikel 1 Eerste Protocol moet er een als eigendom kwalificerend recht bestaan (possessions / biens in de originele verdragstalen). Volgens vaste rechtspraak wordt belastingheffing beschouwd als een inherente aantasting van eigendom. Zo overwoog het EHRM in Burden v. The United Kingdom: “Taxation is in principle an interference with the right guaranteed by the first paragraph of Article 1 of Protocol No. 1, since it deprives the person concerned of a possession, namely the amount of money which must be paid.”1 En in de zaak Darby v. Sweden maakte het EHRM duidelijk dat de verplichting om belasting te betalen binnen de reikwijdte van artikel 1 Eerste Protocol valt: “Article 1 of Protocol No. 1, second paragraph, establishes that the duty to pay tax falls within its field of application.”2 De tekst en ratio van die bepaling laten ook nauwelijks een andere conclusie toe. Gezien deze rechtspraak zou verwacht mogen worden dat de toegangsvraag in zaken over de heffing van belastingen een formaliteit is waaraan het Hof geen aandacht hoeft te besteden. Menigmaal is dat ook het geval en wordt vraag 1 uit het toetsingsschema (is sprake van eigendom?) door het Hof overgeslagen.3 Toch komt het voor dat het EHRM in een belastingzaak wel ingaat op de vraag of eigendom wordt aangetast4 of waar hij het antwoord op die vraag expliciet in het midden laat.5 Dit werpt de vraag op of belastingheffing inderdaad een inherente aantasting van eigendom is of dat dit toch genuanceerder ligt.