Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van toetsing van wetgeving (SteR nr. 1) 2010/III.5.2.1
III.5.2.1 Inleiding
Joost Sillen, datum 01-07-2010
- Datum
01-07-2010
- Auteur
Joost Sillen
- JCDI
JCDI:ADS588368:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
U.S. Supreme Court 24 februari 1803, 5 U.S. 137 (Marbury v. Madison), 177.
Campbell, Nolan & Nolan-Haley 1990, p. 1573.
Paragraaf 1.2.1 bespreekt de redenering van het Hof in Marbury v. Madison uitgebreid. Zie over de functie van het gebruik van de term void in dat arrest, hierna, paragaaf 5.2.2.3.
U.S. Supreme Court 8 maart 1880, 100 U.S. 371 (Ex parte Siebold), 376.
U.S. Court of Appeals (5th Circuit) 26 augustus 1969, 415 F.2d 664 (Hiett v. U.S.), 666.
U.S. Supreme Court 27 mei 2008, 128 S.Ct. 1970 (Riley v. Kennedy), 1985.
Zo ook Field 1935, p. 9-11; Plave 1989, p. 115.
In Marbury v. Madison nam het Amerikaanse Hooggerechtshof aan, dat federale rechters de bevoegdheid hebben om wettelijke voorschriften op hun rechtmatigheid te toetsen. Het Hof oordeelde toen, dat een onrechtmatig wettelijk voorschrift ‘void’ is.1Black’s Law Dictionary geeft aan die term de betekenis ‘nugatory and ineffectual so that nothing can cure it’.2 Die beschrijving komt overeen met de betekenis van het Nederlandse woord ‘nietig’, namelijk: juridisch non-existent. Die kwalificatie van een onrechtmatig voorschrift in Marbury v. Madison is een belangrijke schakel in de redenering van Chief Justice Marshall: omdat een onrechtmatig wettelijk voorschrift ‘nietig’ is – omdat het rechtens geacht wordt niet te bestaan – heeft de rechter geen andere keuze, dan het buiten toepassing te laten.3
Ook na Marbury v. Madison gebruikt de federale rechter geregeld de term ‘void’, of soortgelijke omschrijvingen, om de juridische status van een onrechtma-tig wettelijk voorschrift te kwalificeren: ‘[a]n unconstitutional law is void, and is as no law’,4 zij ‘is to be considered no statute at all’5 en moet worden beschouwd ‘as null and void ab initio’.6
Zulke omschrijvingen doen vermoeden, dat naar Amerikaans federaal recht een onrechtmatig voorschrift niet kan herleven als de oorzaak van zijn onrechtmatigheid wordt weggenomen.7 Beziet men echter welke rechtsgevolgen de Amerikaanse federale rechter daadwerkelijk verbindt aan het oordeel, dat een wettelijk voorschrift onrechtmatig is (geweest), dan ontstaat een ander beeld van de juridische status van onrechtmatige wettelijke voorschriften.