Het vertrouwensbeginsel bij de interstatelijke samenwerking in strafzaken
Einde inhoudsopgave
Het vertrouwensbeginsel bij de interstatelijke samenwerking in strafzaken (SteR nr. 31) 2016/14.6.4:14.6.4 De prejudiciële procedure
Het vertrouwensbeginsel bij de interstatelijke samenwerking in strafzaken (SteR nr. 31) 2016/14.6.4
14.6.4 De prejudiciële procedure
Documentgegevens:
Thomas Kraniotis, datum 01-08-2016
- Datum
01-08-2016
- Auteur
Thomas Kraniotis
- JCDI
JCDI:ADS459448:1
- Vakgebied(en)
Bestuursprocesrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Met dien verstande dat de eerder besproken overgangsregeling geldt voor bestaande instrumenten.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Onder Lissabon is ook in de Ruimte van Vrijheid, Veiligheid en Recht de prejudiciële procedure onverkort van toepassing.1 In artikel 267 VWEU is de prejudiciële procedure, bekend uit het EG-recht, nagenoeg identiek opgenomen. Een voor de onderhavige materie belangrijke bepaling is te vinden in de slotzin van artikel 267 VWEU. Die draagt het Hof op zo spoedig mogelijk uitspraak te doen naar aanleiding van een prejudiciële vraag in een zaak betreffende een gedetineerde persoon.
De prejudiciële procedure is globaal op twee manieren uitermate relevant voor de samenwerking in strafzaken en de werking van het vertrouwensbeginsel bij die samenwerking. Allereerst kan de prejudiciële procedure in een concreet geval bijdragen aan een juiste uitleg van het EU-recht. Vooral waar het om rechtsbeschermende maatregelen gaat, kan een juiste uitleg de positie van de betrokkene versterken en het onderling vertrouwen vergroten. De omstandigheid dat in een individuele casus de mogelijkheid (of zelfs plicht) bestaat om bij twijfel over die uitleg een prejudiciële vraag te stellen, kan een lidstaat voldoende vertrouwen geven in de toepassing van het EUrecht om zelf terughoudendheid te betrachten bij toetsing van een concreet geval van samenwerking. Dit geldt met name waar het gaat om de uitleg van onderdelen van de Routekaart ter versterking van de procedurele rechten van verdachten en beklaagden in strafprocedures of rechtsbeschermende elementen uit richtlijnen die samenwerkingsinstrumenten in het leven roepen, en waar het gaat om de verenigbaarheid van het optreden van lidstaten met de nog te bespreken grondrechtencatalogus van de Unie. In zaken waarin de betrokkene van zijn vrijheid is beroofd, kan dat zelfs op korte termijn gebeuren door toepassing van de prejudiciële spoedprocedure. Bij het voorgaande moet echter wel in ogenschouw worden genomen dat de betrokken burger niet zelf de prejudiciële procedure in gang kan zetten. Het is de rechter van de lidstaat die een dergelijke vraag kan of moet stellen aan het Hof van Justitie, de betrokken burger kan hem dat hooguit verzoeken. Deze procedure heeft derhalve een ander karakter dan het individuele klachtrecht bij het EHRM.
De tweede manier waarop de prejudiciële procedure relevant is voor de samenwerking in strafzaken en het vertrouwensbeginsel hangt samen met de meer algemene uniformering van de uitleg van het EU-recht die het gevolg is van antwoorden op prejudiciële vragen. Deze zijn doorgaans meer algemeen geformuleerd en lenen zich in veel gevallen voor bredere toepassing dan enkel in de individuele casus waarin de vraag is gesteld. De rechter kan zich derhalve richten naar de jurisprudentie van het Hof van Justitie. Waar het EU-recht betreft met een rechtsbeschermend karakter, kan de wetenschap dat de rechter in de andere lidstaat de jurisprudentie van het Hof van Justitie op deze wijze respecteert tot een sterkere werking van het onderlinge vertrouwen leiden, in algemene zin en met name wanneer in een concrete zaak een verweer wordt gevoerd dat ondervangen wordt door het EU-recht. Als bijvoorbeeld wordt aangevoerd dat de verdachte na overlevering geen toegang tot een raadsman zal hebben, kan relevant zijn dat het Hof van Justitie de richtlijn die toegang tot een raadsman garandeert, zo uitlegt dat die toegang ook in dat concrete geval is gewaarborgd en de andere lidstaat dat oordeel pleegt te volgen.