JWB 2005/97
Overdracht vordering, cessie, inbreng
HR 04-03-2005, ECLI:NL:HR:2005:AR6165
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
4 maart 2005
- Zaaknummer
C03/195HR
- LJN
AR6165
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtshandelingen
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2005:AR6165, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 04‑03‑2005
ECLI:NL:HR:2005:AR6165, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 04‑03‑2005
- Wetingang
art. 2:204a BW; art. 3:35 BW; art. 3:84 BW
Essentie
Overdracht vordering, cessie, inbreng
Samenvatting
Casus
De eiseres tot cassatie heeft ter zake van een aantal door haar aan de verweerder in cassatie gedane leveringen een bedrag gefactureerd. De verweerder in cassatie heeft de facturen wel ontvangen maar onbetaald gelaten. Ter inning van de facturen is een incassobureau ingeschakeld. Dit heeft een tweetal brieven aangaande deze facturen aan de verweerder in cassatie gestuurd. In een procedure over de verjaring van de vorderingen van de eiseres tot cassatie jegens de verweerder in cassatie heeft de Hoge Raad een oordeel over de bepaalbaarheid van deze vorderingen in een akte van cessie ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.