NJB 2026/74
Wat kan gelden als een verweer inzake redelijke termijn art. 6 EVRM: in casu had het hof, gelet op wat de raadsman heeft aangevoerd over de overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep, hierover een gemotiveerde beslissing moeten nemen. Door de raadsman werd onder meer aangevoerd: “STRAFMAAT (...) Daarnaast moet worden vastgesteld dat in hoger beroep sprake is van een forse overschrijding van de redelijke termijn en hebben de feiten meer dan vijf jaar geleden plaatsgevonden zonder dat de vertraging geheel op het conto van het in hoger beroep verrichte nader onderzoek kan worden geschreven. De verdediging verzoekt u in verband met het bepaalde in art. 22b Sr de kortst mogelijke onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen”. En voorts: “Ook gelet op het lange tijdverloop in deze zaak verzoek ik u geen langere onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen dan de twee dagen voorarrest.”
HR 16-12-2025, ECLI:NL:HR:2025:1920
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
16 december 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, A.L.J. van Strien, C. Caminada
- Zaaknummer
24/02145
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1920, Uitspraak, Hoge Raad, 16‑12‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:910, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 04‑11‑2025
- Wetingang
(art. 6 EVRM)
Essentie
Wat kan gelden als een verweer inzake redelijke termijn art. 6 EVRM: in casu had het hof, gelet op wat de raadsman heeft aangevoerd over de overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep, hierover een gemotiveerde beslissing moeten nemen. Door de raadsman werd onder meer aangevoerd: “STRAFMAAT (...) Daarnaast moet worden vastgesteld dat in hoger beroep sprake is van een forse overschrijding van de redelijke termijn en hebben de feiten meer dan vijf jaar geleden plaatsgevonden zonder dat de vertraging geheel op het conto van het in hoger beroep verrichte nader onderzoek kan worden geschreven. De ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.