Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/11.4.1
11.4.1 Inleiding
mr. J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
mr. J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS363933:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie ontwerp-art. 3.9.1 lid 2 sub d.
Ook Nieuwe Weme adviseerde een in dit opzicht ruimere acting in concert-regeling, zie Nieuwe Weme 2004, p. 143-145 en p. 237.
In de consultatiefase voorafgaand aan de invoering van het verplicht bod werd aan markt voorgelegd op welke manier de acting in concert-bepaling moest worden uitgewerkt. Achteraf gezien opvallend is dat geen van de respondenten opteerde voor een definitie of een limitatieve opsomming, zie Nieuwe Weme 2002-1, p. 210.
Zie eerder Beckers 2010-2, p. 222.
De Nederlandse regeling kent alleen een acting in concert-vermoeden voor concernverhoudingen. Het voorontwerp uit 2005 kende nog andere vermoedens1, maar deze zijn niet in het definitieve wetsvoorstel terechtgekomen.2,3 Hoewel de Overnamerichtlijn hiertoe ook niet verplichtte en sommige specifieke gevallen mogelijk reeds onder de bestaande vermoedens vallen, is de vraag gerechtvaardigd of bepaalde gevallen niet toch expliciet geregeld moeten worden (§ 11.4.2).4 Ik analyseer verder in welke gevallen juist geen vermoeden zou moeten gelden (§ 11.4.3), wat onder negatieve vermoedens moet worden verstaan en de toepassing daarvan (§ 11.4.4).