Het nieuwe aandelenregime gewikt en gewogen
Einde inhoudsopgave
Het nieuwe aandelenregime gewikt en gewogen (FM nr. 89) 1999/1.2:1.2 Afbakening onderzoeksobject
Het nieuwe aandelenregime gewikt en gewogen (FM nr. 89) 1999/1.2
1.2 Afbakening onderzoeksobject
Documentgegevens:
E.J.W. Heithuis, datum 01-12-1999
- Datum
01-12-1999
- Auteur
E.J.W. Heithuis
- JCDI
JCDI:ADS452945:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting (V)
Inkomstenbelasting / Aanmerkelijk belang (box 2)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Er is voor gekozen om het onderzoek te beperken tot die opbrengsten van aandelen die bij de houder ervan vallen onder de bronnen 'winst uit aanmerkelijk belang' en 'inkomsten uit vermogen' van de Wet op de inkomstenbelasting. De bron 'winst uit onderneming' blijft aldus buiten beschouwing. Voorts maken de overige belastingsoorten die (mede) de opbrengsten van aandelen tot onderwerp hebben, geen deel uit van het onderzoek. Op een enkele plaats zal overigens wel de dividendbelasting in de beschouwing worden betrokken, aangezien deze belasting een sterke gelijkenis vertoont met de inkomstenbelasting. Dit betekent dat voor het vervolg van deze studie aan de houder van aandelen de volgende kwaliteiten worden toegekend:
hij/zij is natuurlijk persoon, én
hij/zij rekent de aandelen en winstbewijzen (al dan niet verplicht) tot het privé-vermogen.
Op deze plaats dient nog een enkel woord te worden gewijd aan de problematiek van de tijdelijke en niet-tijdelijke genotsrechten. Weliswaar wordt deze problematiek in enkele hoofdstukken behandeld, doch deze behandeling is, in tegenstelling tot andere onderdelen, niet uitputtend bedoeld. De problematiek van de tijdelijke en niet-tijdelijke genotsrechten ligt op de scheidslijn van de belaste inkomstensfeer aan de ene kant en de onbelaste vermogenssfeer aan de andere kant. Aan deze figuur ligt een bredere problematiek ten grondslag die niet specifiek geldt voor de opbrengsten van aandelen maar zich uitstrekt tot alle vermogensbestanddelen. Daarom is ervoor gekozen om de problematiek van de tijdelijke en niet-tijdelijke genotsrechten uitsluitend in relatie tot aandelen en slechts op hoofdlijnen te bespreken.
In onderhavige studie zal men tevergeefs zoeken naar de internationale aspecten van de opbrengsten van aandelen. Er is uiteindelijk na lang wikken en wegen voor gekozen om de internationale aspecten buiten beschouwing te laten. De reden hiervoor is meer pragmatisch dan principieel van aard. Uitbreiding van het onderzoek met de internationale aspecten van de opbrengsten van aandelen zou betekenen dat het boek eens zo dik zou worden. Er zouden dan immers tevens beschouwingen moeten worden gewijd aan de werking van belastingverdragen, het Besluit ter voorkoming van dubbele belasting 1989 e.d. De fiscale positie van de buitenlandse belastingplichtigen, alsook de sedert 1 januari 1997 verhevigde problematiek van emigratie van de aanmerkelijkbelanghouder, blijven in onderhavig onderzoek aldus verder buiten beschouwing.