NJB 2014/1917
Toepassing maatstaven voorbedachte raad volgens HR 15 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:963, NJ 2014/156: in casu ontoereikende motivering, mede gelet op mogelijke contra-indicaties, dat de verdachte zich gedurende enige tijd heeft kunnen beraden op het besluit een hoofdagent en een agent van het leven te beroven en dat hij niet heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling
HR 14-10-2014, ECLI:NL:HR:2014:2962
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
14 oktober 2014
- Magistraten
Mrs. A.J.A. van Dorst, B.C. de Savornin Lohman, J. de Hullu, H.A.G. Splinter-van Kan, V. van den Brink
- Zaaknummer
13/04714
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2014:2962, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 14‑10‑2014
ECLI:NL:PHR:2014:1580, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 10‑06‑2014
- Wetingang
(Sr art. 289)
Essentie
Toepassing maatstaven voorbedachte raad volgens HR 15 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:963, NJ 2014/156: in casu ontoereikende motivering, mede gelet op mogelijke contra-indicaties, dat de verdachte zich gedurende enige tijd heeft kunnen beraden op het besluit een hoofdagent en een agent van het leven te beroven en dat hij niet heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling
Uitspraak
Inleiding:
Verdachte is onder meer veroordeeld omdat hij – kort gezegd – (feit 1 primair) meermalen ter uitvoering van de door verdachte voorgenomen misdrijven om opzettelijk en met voorbedachte raad [verbalisant 1] (hoofdagent van de regiopolitie Brabant Zuid-Oost) en [verbalisant 2] (agent van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.