Hof Amsterdam, 08-08-2022, nr. 200.278.849/01 OK
ECLI:NL:GHAMS:2022:2487
- Instantie
Hof Amsterdam
- Datum
08-08-2022
- Zaaknummer
200.278.849/01 OK
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:GHAMS:2022:2487, Uitspraak, Hof Amsterdam, 08‑08‑2022; (Eerste aanleg - meervoudig)
ECLI:NL:GHAMS:2022:2058, Uitspraak, Hof Amsterdam, 12‑07‑2022; (Eerste aanleg - meervoudig)
ECLI:NL:GHAMS:2022:1925, Uitspraak, Hof Amsterdam, 03‑06‑2022; (Eerste aanleg - meervoudig)
ECLI:NL:GHAMS:2022:981, Uitspraak, Hof Amsterdam, 28‑03‑2022; (Eerste aanleg - meervoudig)
ECLI:NL:GHAMS:2021:1078, Uitspraak, Hof Amsterdam, 15‑04‑2021; (Eerste aanleg - meervoudig)
ECLI:NL:GHAMS:2021:788, Uitspraak, Hof Amsterdam (OK), 25‑02‑2021; (Eerste aanleg - meervoudig)
ECLI:NL:GHAMS:2020:3721, Uitspraak, Hof Amsterdam (OK), 18‑12‑2020; (Eerste aanleg - meervoudig)
ECLI:NL:GHAMS:2020:3276, Uitspraak, Hof Amsterdam, 06‑11‑2020; (Eerste aanleg - meervoudig)
ECLI:NL:GHAMS:2020:3158, Uitspraak, Hof Amsterdam, 29‑10‑2020; (Eerste aanleg - meervoudig)
- Wetingang
art. 350 Burgerlijk Wetboek Boek 2
art. 353 Burgerlijk Wetboek Boek 2
art. 350 Burgerlijk Wetboek Boek 2
- Vindplaatsen
Uitspraak 08‑08‑2022
Inhoudsindicatie
OK; enquêterecht; de vergoeding van de onderzoeker wordt bepaald
Partij(en)
beschikking
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.278.849/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 8 augustus 2022
inzake
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
DU SOLEIL CONSULTANCY B.V.,
gevestigd te Vinkeveen,
VERZOEKSTER,
advocaat: mr. J.A. Endtz, kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[A] ,
gevestigd te [....] ,
VERWEERSTER,
advocaat: mr. M.J.W. van Ingen, kantoorhoudende te Den Bosch,
e n t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[B] ,
gevestigd te [....] ,
BELANGHEBBENDE,
advocaat: mr. M.J.W. van Ingen, kantoorhoudende te Den Bosch.
Verzoekster, verweerster en belanghebbende worden hierna respectievelijk aangeduid met Du Soleil, VMV en [B] .
1. Het verloop van het geding
1.1
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 29 oktober 2020, 6 november 2020, 18 december 2020, 25 februari 2021, 15 april 2021, 28 maart 2022, 3 juni 2022 en 12 juli 2022 in deze zaak.
1.2
Bij de beschikking van 29 oktober 2020 heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van VMV over de periode vanaf 1 oktober 2016, dat zich met name richt op hetgeen onder 3.6 tot en met 3.11 van die beschikking is overwogen, en een nader door de Ondernemingskamer aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd teneinde het onderzoek te verrichten. Bij de beschikking van 6 november 2020 heeft de Ondernemingskamer drs. P.J. Schimmel RA CFE te Hilversum (hierna: Schimmel) benoemd teneinde het onderzoek te verrichten.
1.3
Bij de beschikking van 18 december 2020 heeft de Ondernemingskamer het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vastgesteld op € 40.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen.
1.4
Bij de beschikking van 25 februari 2021 heeft de Ondernemingskamer Schimmel ontheven uit de functie van onderzoeker, de vergoeding van de door Schimmel tot dan verrichte werkzaamheden en gemaakte kosten in verband met het onderzoek bepaald op € 9.987,25, de daarover verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen, en mr. drs. R. Mulder te Haarlem (hierna: de onderzoeker) aangewezen als (opvolgend) onderzoeker.
1.5
Bij de beschikking van 15 april 2021 heeft de Ondernemingskamer het bedrag dat het onderzoek door de onderzoeker ten hoogste mag kosten, rekening houdend met de bij de beschikking van 25 februari 2021 bepaalde vergoeding van Schimmel, gesteld op € 31.650, de omzetbelasting daarin niet begrepen, en bepaald dat de kosten van het onderzoek ten laste komen van VMV.
1.6
Bij de beschikking van 28 maart 2022 heeft de Ondernemingskamer het bedrag dat het onderzoek door de onderzoeker ten hoogste mag kosten verhoogd tot € 85.000, de omzetbelasting daarin niet begrepen, en bepaald dat de kosten van het onderzoek ten laste komen van VMV. Bij de beschikking van 3 juni 2022 heeft de Ondernemingskamer het bedrag dat het onderzoek door de onderzoeker ten hoogste mag kosten verhoogd tot € 110.000, de omzetbelasting daarin niet begrepen, en bepaald dat de kosten van het onderzoek ten laste komen van VMV.
1.7
Op 8 juli 2022 heeft de onderzoeker het verslag, met 115 bijlagen, van het in 1.2 bedoelde onderzoek aan de Ondernemingskamer doen toekomen. Daarbij heeft hij tevens een overzicht van de door hem en twee kantoorgenoten in verband met het onderzoek gemaakte kosten gegeven en specificaties van de aan het onderzoek bestede uren aan de Ondernemingskamer doen toekomen. In totaal hebben de onderzoeker en zijn twee kantoorgenoten kosten van € 121.314, exclusief btw, in verband met het onderzoek gemaakt. Hij heeft de Ondernemingskamer verzocht de door hem en zijn kantoorgenoten in verband met het uitvoeren van het onderzoek gemaakte kosten vast te stellen op in totaal € 110.000, exclusief btw.
1.8
Bij de beschikking van 12 juli 2022 heeft de Ondernemingskamer bepaald dat het onderzoeksverslag, dat toen is neergelegd ter griffie van de Ondernemingskamer, aldaar ter inzage ligt voor belanghebbenden.
1.9
De Ondernemingskamer heeft, na daartoe gelegenheid te hebben geboden, uitlatingen op het in 1.7 genoemde verzoek van de onderzoeker ontvangen van:
- -
mr. Van Ingen op 12 juli 2022, waarin staat dat Du Soleil zich in het verzoek kan vinden en
- -
mr. Endtz op 13 juli 2022, waarin staat dat VMV en [B] geen bezwaar hebben tegen de opgave van de onderzoeker.
2. De gronden van de beslissing
De onderzoeker heeft, zo overweegt de Ondernemingskamer, de in verband met het onderzoek gemaakte kosten voldoende toegelicht door middel van de in 1.7 genoemde stukken. Du Soleil heeft daarmee ingestemd en VMV en [B] hebben geen bezwaar daartegen. Het bedrag aan onderzoekskosten komt de Ondernemingskamer ook niet onredelijk voor. De Ondernemingskamer zal de vergoeding van de onderzoeker overeenkomstig artikel 2:350 lid 3 BW dan ook bepalen als hierna te vermelden.
3. De beslissing
De Ondernemingskamer:
bepaalt de vergoeding van de onderzoeker op € 110.000, de daarover verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. A.J. Wolfs en mr. J.M. de Jongh, raadsheren, en prof. dr. mr. F. van der Wel RA en drs. J.S.T. Tiemstra RA, raden, in tegenwoordigheid van mr. F.L.A. Straathof, griffier, en in het openbaar uitgesproken door mr. A.J. Wolfs op 8 augustus 2022.
Uitspraak 12‑07‑2022
Inhoudsindicatie
OK; enquêterecht; er wordt bepaald dat het ter griffie van de Ondernemingskamer neergelegde onderzoeksverslag aldaar ter inzage ligt voor belanghebbenden
Partij(en)
beschikking
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.278.849/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 12 juli 2022
inzake
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
DU SOLEIL CONSULTANCY B.V.,
gevestigd te Vinkeveen,
VERZOEKSTER,
advocaat: mr. J.A. Endtz, kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[A] ,
gevestigd te [....] ,
VERWEERSTER,
advocaat: mr. M.J.W. van Ingen, kantoorhoudende te Den Bosch,
e n t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[B] ,
gevestigd te [....] ,
BELANGHEBBENDE,
advocaat: mr. M.J.W. van Ingen, kantoorhoudende te Den Bosch.
Verweerster wordt hierna aangeduid met VMV.
1. Het verloop van het geding
1.1
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 29 oktober 2020, 6 november 2020, 18 december 2020, 25 februari 2021, 15 april 2021, 28 maart 2022 en 3 juni 2022 in deze zaak.
1.2
Bij de beschikking van 29 oktober 2020 heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van VMV over de periode vanaf 1 oktober 2016, dat zich met name richt op hetgeen onder 3.6 tot en met 3.11 van die beschikking is overwogen, en een nader door de Ondernemingskamer aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd teneinde het onderzoek te verrichten. Bij de beschikking van 6 november 2020 heeft de Ondernemingskamer drs. P.J. Schimmel RA CFE te Hilversum benoemd teneinde het onderzoek te verrichten.
1.3
Bij de beschikking van 25 februari 2021 heeft de Ondernemingskamer Schimmel ontheven uit de functie van onderzoeker en mr. R. Mulder te Haarlem (hierna: de onderzoeker) aangewezen als (opvolgend) onderzoeker.
1.4
Op 8 juli 2022 heeft de onderzoeker het verslag, met 115 bijlagen, van het in 1.2 bedoelde onderzoek aan de Ondernemingskamer doen toekomen.
1.5
De griffier heeft het verslag heden ter griffie van de Ondernemingskamer neergelegd.
2. De gronden van de beslissing
De Ondernemingskamer heeft kennis genomen van het verslag van het onderzoek. Gelet op de inhoud daarvan en op de overigens in deze zaak betrokken belangen, acht de Ondernemingskamer termen aanwezig om op de voet van artikel 2:353 lid 2 BW te bepalen dat het verslag ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden.
3. De beslissing
De Ondernemingskamer:
bepaalt dat het verslag van het bij de beschikking van 29 oktober 2020 bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van [A] ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. A.J. Wolfs en mr. J.M. de Jongh, raadsheren, en prof. dr. mr. F. van der Wel RA en drs. J.S.T. Tiemstra RA, raden, in tegenwoordigheid van mr. F.L.A. Straathof, griffier, en in het openbaar uitgesproken door mr. A.J. Wolfs op 12 juli 2022.
Uitspraak 03‑06‑2022
Inhoudsindicatie
OK; enquêterecht; verhoging van het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten
Partij(en)
beschikking
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.278.849/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 3 juni 2022
inzake
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
DU SOLEIL CONSULTANCY B.V.,
gevestigd te Vinkeveen,
VERZOEKSTER,
advocaat: mr. J.A. Endtz, kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[A] ,
gevestigd te [....] ,
VERWEERSTER,
advocaat: mr. M.J.W. van Ingen, kantoorhoudende te Den Bosch,
e n t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[B] ,
gevestigd te [....] ,
BELANGHEBBENDE,
advocaat: mr. M.J.W. van Ingen, kantoorhoudende te Den Bosch.
Verweerster wordt hierna aangeduid met VMV.
1. Het verloop van het geding
1.1
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 29 oktober 2020, 6 november 2020, 18 december 2020, 25 februari 2021, 15 april 2021 en 28 maart 2022 in deze zaak.
1.2
Bij de beschikking van 29 oktober 2020 heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van VMV over de periode vanaf 1 oktober 2016, dat zich met name richt op hetgeen onder 3.6 tot en met 3.11 van die beschikking is overwogen, en een nader door de Ondernemingskamer aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd teneinde het onderzoek te verrichten. Bij de beschikking van 6 november 2020 heeft de Ondernemingskamer drs. P.J. Schimmel RA CFE te Hilversum (hierna: Schimmel) benoemd teneinde het onderzoek te verrichten.
1.3
Bij de beschikking van 18 december 2020 heeft de Ondernemingskamer het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vastgesteld op € 40.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen.
1.4
Bij de beschikking van 25 februari 2021 heeft de Ondernemingskamer Schimmel ontheven uit de functie van onderzoeker, de vergoeding van de door Schimmel tot dan verrichte werkzaamheden en gemaakte kosten in verband met het onderzoek bepaald op € 9.987,25, de daarover verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen, en mr. R. Mulder te Haarlem (hierna: de onderzoeker) aangewezen als (opvolgend) onderzoeker.
1.5
Bij de beschikking van 15 april 2021 heeft de Ondernemingskamer het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten, rekening houdend met de bij de beschikking van 25 februari 2021 bepaalde vergoeding van Schimmel, verhoogd tot € 31.650, de omzetbelasting daarin niet begrepen, en bepaald dat de kosten van het onderzoek ten laste komen van VMV.
1.6
Bij de beschikking van 28 maart 2022 heeft de Ondernemingskamer het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten verhoogd tot € 85.000, de omzetbelasting daarin niet begrepen, en bepaald dat de kosten van het onderzoek ten laste komen van VMV.
1.7
De onderzoeker heeft bij e-mail van 31 mei 2022 de Ondernemingskamer verzocht het onderzoeksbudget te verhogen tot € 110.000 exclusief btw. Ter toelichting heeft hij gemeld dat aan het onderzoek opnieuw veel meer tijd is besteed dan was begroot. Het verwerken van de uitvoerige reacties van partijen op het eerste conceptonderzoeksverslag, het uitvoeren van aanvullend onderzoek en het verwerken van de reacties van partijen op het tweede conceptonderzoeksverslag zijn omvangrijker geweest dan voorzien. Van het verhogingsverzoek maakt een specificatie van de door de onderzoeker en twee kantoorgenoten aan het onderzoek bestede uren deel uit. Uit die specificatie komt een hoger bedrag dan het door de onderzoeker verzochte verhoogde onderzoeksbudget naar voren. Hij verwacht dat niet veel extra uren meer aan het onderzoek zullen moeten worden besteed. De onderzoeker heeft meegedeeld voornemens te zijn om niet alle uren door te belasten, maar om de Ondernemingskamer – voor de laatste keer – te verzoeken het budget te verhogen en te beperken tot € 110.000, exclusief btw.
1.8
Mr. Van Ingen en mr. Endtz hebben namens hun cliënten bij hun afzonderlijke e-mailberichten van 31 mei en 1 juni 2022 aan de Ondernemingskamer gemeld geen bezwaar te hebben tegen de door de onderzoeker verzochte verhoging van zijn onderzoeksbudget.
2. De gronden van de beslissing
Nu de onderzoeker voldoende heeft toegelicht welke werkzaamheden in verband met het onderzoek dienden – en nog dienen – te worden verricht bovenop de eerder begrote werkzaamheden en welke kosten daarmee zijn gemoeid, partijen te kennen hebben gegeven geen bezwaar te hebben tegen de verzochte verhoging van het onderzoeksbudget en het verzoek de Ondernemingskamer niet onredelijk voorkomt, zal de Ondernemingskamer het kostenverhogingsverzoek toewijzen.
3. De beslissing
De Ondernemingskamer:
verhoogt het bedrag dat het bij de beschikking van 29 oktober 2020 bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van [A] ten hoogste mag kosten tot € 110.000, de omzetbelasting daarin niet begrepen;
bepaalt dat de kosten van het onderzoek ten laste komen van [A] en dat zij ten behoeve van de onderzoeker op zijn verzoek en op de door hem te bepalen wijze (aanvullende) zekerheid dient te stellen voor de betaling van (de verhoging van) dit bedrag;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. A.J. Wolfs en mr. J.M. de Jongh, raadsheren, en prof. dr. mr. F. van der Wel RA en drs. J.S.T. Tiemstra RA, raden, in tegenwoordigheid van mr. F.L.A. Straathof, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 3 juni 2022.
Uitspraak 28‑03‑2022
Inhoudsindicatie
OK; enquêterecht; verhoging van het onderzoeksbudget
Partij(en)
beschikking
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.278.849/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 28 maart 2022
inzake
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
DU SOLEIL CONSULTANCY B.V.,
gevestigd te Vinkeveen,
VERZOEKSTER,
advocaat: mr. J.A. Endtz, kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[A] ,
gevestigd te [....] ,
VERWEERSTER,
advocaat: mr. M.J.W. van Ingen, kantoorhoudende te Den Bosch,
e n t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[B] ,
gevestigd te [....] ,
BELANGHEBBENDE,
advocaat: mr. M.J.W. van Ingen, kantoorhoudende te Den Bosch.
1. Het verloop van het geding
1.1
Verweerster wordt hierna aangeduid met VMV.
1.2
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 29 oktober 2020, 6 november 2020, 18 december 2020, 25 februari 2021 en 15 april 2021 in deze zaak.
1.3
Bij de beschikking van 29 oktober 2020 heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van VMV over de periode vanaf 1 oktober 2016, dat zich met name richt op hetgeen onder 3.6 tot en met 3.11 van die beschikking is overwogen en een nader door de Ondernemingskamer aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd teneinde het onderzoek te verrichten. Bij de beschikking van 6 november 2020 heeft de Ondernemingskamer drs. P.J. Schimmel RA CFE te Hilversum (hierna: Schimmel) benoemd teneinde het onderzoek te verrichten.
1.4
Bij de beschikking van 18 december 2020 heeft de Ondernemingskamer het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vastgesteld op € 40.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen.
1.5
Bij de beschikking van 25 februari 2021 heeft de Ondernemingskamer Schimmel ontheven uit de functie van onderzoeker, de vergoeding van de door Schimmel tot dan verrichte werkzaamheden en gemaakte kosten in verband met het onderzoek bepaald op € 9.987,25, de daarover verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen, en mr. R. Mulder te Haarlem (hierna: de onderzoeker) aangewezen als (opvolgend) onderzoeker.
1.6
Bij de beschikking van 15 april 2021 heeft de Ondernemingskamer het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten, rekening houdend met de bij de beschikking van 25 februari 2021 bepaalde vergoeding van Schimmel, verhoogd tot € 31.650, de omzetbelasting daarin niet begrepen, en bepaald dat de kosten van het onderzoek ten laste komen van VMV.
1.7
De onderzoeker heeft bij e-mail van 17 maart 2022 de Ondernemingskamer verzocht het onderzoeksbudget te verhogen tot € 85.000 exclusief btw. Ter toelichting heeft hij gemeld dat het onderzoek veel diepgravender en omvangrijker is geweest dan was voorzien, zodat er veel meer tijd aan is besteed dan was begroot. De onderzoeker heeft op 6 december 2021 zijn conceptonderzoeksverslag aan partijen gezonden. Naar aanleiding van dit concept en de reacties die daarop zijn binnengekomen, heeft de onderzoeker nadere vragen aan partijen gesteld, die inmiddels zijn beantwoord. De onderzoeker verwacht uiterlijk 15 april 2022 het aangepaste conceptonderzoeksverslag voor commentaar aan partijen voor de leggen op de gewijzigde onderdelen, waarna het definitieve verslag bij de Ondernemingskamer zal kunnen worden ingediend. Van het verhogingsverzoek maakt een specificatie van de naar verwachting nog aan het onderzoek te besteden werkzaamheden deel uit. Uit die specificatie komt een hoger bedrag dan het door de onderzoeker verzochte verhoogde onderzoeksbudget naar voren. De onderzoeker heeft evenwel meegedeeld gelet op de zeer forse overschrijding van het budget voornemens te zijn om niet alle uren door te belasten, maar om de Ondernemingskamer te verzoeken het budget te verhogen en te beperken tot € 85.000, exclusief btw.
1.8
Volgens de onderzoeker zijn partijen akkoord met de door hem verzochte verhoging van het onderzoeksbudget. Mr. Van Ingen en mr. Endtz hebben dit desgevraagd bevestigd namens hun cliënten bij hun afzonderlijke e-mailberichten van 17 en 18 maart 2022 aan de Ondernemingskamer.
2. De gronden van de beslissing
Nu de onderzoeker voldoende heeft toegelicht welke werkzaamheden in verband met het onderzoek dienen te worden verricht bovenop de eerder begrote werkzaamheden en welke kosten daarmee zijn gemoeid, alle partijen te kennen hebben gegeven in te stemmen met de verzochte verhoging van het onderzoeksbudget en het verzoek de Ondernemingskamer niet onredelijk voorkomt, zal de Ondernemingskamer het kostenverhogingsverzoek toewijzen.
3. De beslissing
De Ondernemingskamer:
verhoogt het bedrag dat het bij de beschikking van 29 oktober 2020 bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van [A] ten hoogste mag kosten tot € 85.000, de omzetbelasting daarin niet begrepen;
bepaalt dat de kosten van het onderzoek ten laste komen van [A] en dat zij ten behoeve van de onderzoeker op zijn verzoek en op de door hem te bepalen wijze (aanvullende) zekerheid dient te stellen voor de betaling van (de verhoging van) dit bedrag;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. A.J. Wolfs en mr. J.M. de Jongh, raadsheren, en prof. dr. mr. F. van der Wel RA en drs. J.S.T. Tiemstra RA, raden, in tegenwoordigheid van mr. F.L.A. Straathof, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 28 maart 2022.
Uitspraak 15‑04‑2021
Dit document is (nog) niet beschikbaar gesteld door de rechtsprekende instantie.
Uitspraak 25‑02‑2021
Inhoudsindicatie
OK; enquêterecht; ontheffing uit de functie van onderzoeker; de vergoeding van de verrichte werkzaamheden en gemaakte kosten in verband met het onderzoek wordt bepaald; aanwijzing van een nieuwe onderzoeker
Partij(en)
beschikking
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer:
beschikking van de Ondernemingskamer van 25 februari 2021
inzake
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
DU SOLEIL CONSULTANCY B.V.,
gevestigd te Vinkeveen,
VERZOEKSTER,
advocaat: mr. J.A. Endtz, kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[A] ,
gevestigd te [....] ,
VERWEERSTER,
advocaat: mr. M.J.W. van Ingen, kantoorhoudende te Den Bosch,
e n t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[B 1] ,
gevestigd te [....] ,
BELANGHEBBENDE,
advocaat: mr. M.J.W. van Ingen, kantoorhoudende te Den Bosch.
1. Het verloop van het geding
1.1
Verzoekster, verweerster en belanghebbende worden hierna respectievelijk aangeduid met Du Soleil, VMV en [B 2] .
1.2
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 29 oktober 2020, 6 november 2020 en 18 december 2020 in deze zaak.
1.3
Bij de beschikking van 29 oktober 2020 heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van VMV over de periode vanaf 1 oktober 2016, dat zich met name richt op hetgeen onder 3.6 tot en met 3.11 van die beschikking is overwogen, een nader door de Ondernemingskamer aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd teneinde het onderzoek te verrichten en de vaststelling van het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten aangehouden. Bij de beschikking van 6 november 2020 heeft de Ondernemingskamer drs. P.J. Schimmel RA CFE te Hilversum (hierna: Schimmel) benoemd teneinde het onderzoek te verrichten.
1.4
Bij de beschikking van 18 december 2020 heeft de Ondernemingskamer het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vastgesteld op € 40.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen.
1.5
Schimmel heeft bij e-mail van 17 februari 2021 de Ondernemingskamer verzocht hem te ontheffen van zijn taak van onderzoeker. De Ondernemingskamer heeft op dezelfde dag per e-mail aan Schimmel en partijen gemeld dat de Ondernemingskamer aan dit verzoek gehoor zal geven en verder Schimmel verzocht op gespecificeerde wijze opgave te doen van zijn kosten in verband met de werkzaamheden die hij in het kader van het onderzoek heeft verricht.
1.6
Schimmel heeft bij e-mail, met bijlage, van 18 februari 2021 een verantwoording van de door hem gespendeerde tijd en gemaakte kosten in verband met het onderzoek aan de Ondernemingskamer en partijen gezonden. Daarbij heeft hij een door de Ondernemingskamer te bepalen vergoeding voor deze tijd en kosten genoemd. Mr. Endtz en mr. Van Ingen hebben zich op dezelfde dag namens hun cliënten uitgelaten over deze verantwoording. Schimmel heeft, bij e-mail van eveneens op 18 februari 2021, gereageerd op deze uitlatingen en naar aanleiding daarvan de Ondernemingskamer verzocht de (gewijzigde) vergoeding voor de door hem in verband met het onderzoek verrichte werkzaamheden te bepalen op € 9.987,25, exclusief btw.
2. De gronden van de beslissing
2.1
Nu Schimmel de Ondernemingskamer heeft verzocht hem uit zijn functie van onderzoeker te worden ontheven, zal de Ondernemingskamer daartoe overgaan.
2.2
Schimmel heeft, zo overweegt de Ondernemingskamer, de door hem in verband met het onderzoek verrichte werkzaamheden en gemaakte kosten voldoende toegelicht door middel van de in 1.6 genoemde stukken. Aan het door mr. Endtz namens Du Soleil daartegen naar voren gebrachte bezwaar is Schimmel tegemoet gekomen. Naar aanleiding van de door mr. Van Ingen namens zijn cliënten genoemde bezwaren heeft Schimmel de aard en omvang van de gemaakte kosten voldoende nader toegelicht. Het bedrag aan door Schimmel gemaakte onderzoekskosten komt de Ondernemingskamer ook overigens niet onredelijk voor. De Ondernemingskamer zal de vergoeding van Schimmel overeenkomstig artikel 2:350 lid 3 BW dan ook bepalen overeenkomstig zijn verzoek.
2.3
De Ondernemingskamer zal thans de hierna te vermelden persoon aanwijzen als (opvolgend) onderzoeker, een en ander zoals bedoeld in de beschikking van 29 oktober 2020.
2.4
In de omstandigheid dat het onderzoek door een andere onderzoeker zal worden voortgezet, bestaat aanleiding de (opvolgend) onderzoeker te vragen om binnen zes weken na heden een plan van aanpak en een begroting van de kosten van het onderzoek te maken en deze aan de Ondernemingskamer toe te zenden. De Ondernemingskamer zal partijen in de gelegenheid stellen zich uit te laten over die begroting en vervolgens indien nodig het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten aanpassen.
3. De beslissing
De Ondernemingskamer:
ontheft drs. P.J. Schimmel RA CFE te Hilversum uit de functie van als onderzoeker zoals bedoeld in de beschikking van 29 oktober 2020 in deze zaak;
bepaalt de vergoeding van de door drs. P.J. Schimmel RA CFE tot op heden verrichte werkzaamheden en gemaakte kosten in verband met het onderzoek op € 9.987,25, de daarover verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen;
wijst aan als (opvolgend) onderzoeker zoals bedoeld in de beschikking van 29 oktober 2020 in deze zaak: mr. R. Mulder te Haarlem;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. G.C. Makkink en mr. A.J. Wolfs, raadsheren, en prof. dr. mr. F. van der Wel RA en drs. J.S.T. Tiemstra RA, raden, in tegenwoordigheid van mr. F.L.A. Straathof, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 25 februari 2021.
Uitspraak 18‑12‑2020
Inhoudsindicatie
OK; enquêterecht; de Ondernemingskamer stelt het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vast
Partij(en)
beschikking
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.278.849/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 18 december 2020
inzake
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
DU SOLEIL CONSULTANCY B.V.,
gevestigd te Vinkeveen,
VERZOEKSTER,
advocaat: mr. J.A. Endtz, kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[A] ,
gevestigd te [....] ,
VERWEERSTER,
advocaat: mr. M.J.W. van Ingen, kantoorhoudende te Den Bosch,
e n t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[B] ,
gevestigd te [....] ,
BELANGHEBBENDE,
advocaat: mr. M.J.W. van Ingen, kantoorhoudende te Den Bosch.
1. Het verloop van het geding
1.1
Verweerster wordt hierna aangeduid met VMV.
1.2
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 29 oktober 2020 en 6 november 2020 in deze zaak.
1.3
Bij die beschikkingen heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van VMV over de periode vanaf 1 oktober 2016, dat zich met name richt op hetgeen onder 3.6 tot en met 3.11 van die beschikking is overwogen, drs. P.J. Schimmel RA CFE te Hilversum (hierna: de onderzoeker) benoemd teneinde het onderzoek te verrichten en de vaststelling van het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten aangehouden.
1.4
De onderzoeker heeft bij e-mail van 9 december 2020 een plan van aanpak van het onderzoek aan de Ondernemingskamer gezonden. Door middel van het plan van aanpak heeft hij uiteengezet op welke wijze hij het aan hem opgedragen onderzoek zal uitvoeren. Daarin is een begroting met specificatie vervat van de kosten die naar verwachting in verband met het onderzoek zullen worden gemaakt. Deze kosten bedragen, inclusief het noodzakelijk inhuren van externe expertise, in totaal € 40.000 exclusief btw. De begroting gaat uit van een uurtarief van € 250 exclusief btw voor de onderzoeker.
1.5
Van de door de Ondernemingskamer aan partijen geboden gelegenheid te reageren op de begroting van de onderzoeker hebben mr. Endtz en mr. Van Ingen namens hun cliënten gebruik gemaakt bij hun e-mailberichten van respectievelijk 9 en 16 december 2020.
2. De gronden van de beslissing
De onderzoeker heeft door middel van de gespecificeerde begroting voldoende toegelicht hoeveel uren naar verwachting door hem aan bepaalde werkzaamheden dienen te worden besteed en welke overige kosten dienen te worden gemaakt. Het uurtarief van de onderzoeker is niet onredelijk, gezien de aard en omvang van de zaak, de te verrichten onderzoekswerkzaamheden en de kennis en ervaring van de onderzoeker. De begroting komt de Ondernemingskamer ook overigens niet onredelijk voor. Mr. Endtz en mr. Van Ingen hebben gemeld dat hun cliënten akkoord zijn met de begroting. De Ondernemingskamer zal het onderzoeksbudget dan ook op basis daarvan vaststellen.
3. De beslissing
De Ondernemingskamer:
stelt het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vast op € 40.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. G.C. Makkink en mr. A.J. Wolfs, raadsheren, en prof. dr. mr. F. van der Wel RA en drs. J.S.T. Tiemstra RA, raden, in tegenwoordigheid van mr. F.L.A. Straathof, griffier, en in het openbaar uitgesproken door mr. G.C. Makkink op 18 december 2020.
Uitspraak 06‑11‑2020
Inhoudsindicatie
OK; enquêterecht; aanwijzing van een onderzoeker
Partij(en)
beschikking
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.278.849/01
beschikking van de Ondernemingskamer van 6 november 2020
inzake
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
DU SOLEIL CONSULTANCY B.V.,
gevestigd te Vinkeveen,
VERZOEKSTER,
advocaat: mr. J.A. Endtz, kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[A] ,
gevestigd te [....] ,
VERWEERSTER,
advocaat: mr. M.J.W. van Ingen, kantoorhoudende te Den Bosch,
e n t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[B] ,
gevestigd te [....] ,
BELANGHEBBENDE,
advocaat: mr. M.J.W. van Ingen, kantoorhoudende te Den Bosch.
1. Het verloop van het geding
1.1
Verweerster wordt hierna aangeduid met VMV.
1.2
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikking van 29 oktober 2020.
1.3
Bij die beschikking heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van VMV over de periode vanaf 1 oktober 2016, dat zich met name richt op hetgeen onder 3.6 tot en met 3.11 van die beschikking is overwogen, en een nader door de Ondernemingskamer aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd teneinde het onderzoek te verrichten.
2. De gronden van de beslissing
De Ondernemingskamer zal thans de hierna te vermelden persoon aanwijzen als onderzoeker, een en ander zoals bedoeld in de beschikking van 29 oktober 2020.
3. De beslissing
De Ondernemingskamer:
wijst aan als onderzoeker zoals bedoeld in de beschikking van 29 oktober 2020 in deze zaak: drs. P.J. Schimmel RA CFE te Hilversum;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. G.C. Makkink en mr. A.J. Wolfs, raadsheren, en prof. dr. mr. F. van der Wel RA en drs. J.S.T. Tiemstra RA, raden, in tegenwoordigheid van mr. F.L.A. Straathof, griffier, en in het openbaar uitgesproken door mr. G.C. Makkink op 6 november 2020.
Uitspraak 29‑10‑2020
Dit document is (nog) niet beschikbaar gesteld door de rechtsprekende instantie.