Mandeligheid
Einde inhoudsopgave
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/14.6.2.1:14.6.2.1 Literatuur
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/14.6.2.1
14.6.2.1 Literatuur
Documentgegevens:
mr. J.G. Gräler, datum 01-10-2006
- Datum
01-10-2006
- Auteur
mr. J.G. Gräler
- JCDI
JCDI:ADS487218:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Burenrecht en mandeligheid
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Verstappen heeft geen enkele moeite met de mogelijkheid van een mandelig opstalrecht. De wettekst verzet zich niet hiertegen. De opstaller is eigenaar van de beplanting, het gebouw of werk.
Tegen vruchtgebruik en erfpachtsrecht als onroerende zaak in de zin van art. 5:60 heeft hij daarentegen wel bezwaren. Ook deze zijn voornamelijk ontleend aan de tekst van dat artikel en de parlementaire geschiedenis.1 Aldus ook Berger.2 Holtman lijkt tot de conclusie te komen dat een mandelig opstalrecht, erfpachtsrecht dan wel vruchtgebruik niet mogelijk is. De tekst van de wet lijkt ook voor hem doorslaggevend te zijn.3
Rodrigues Lopes acht een mandelig vruchtgebruik, opstalrecht en erfpachtsrecht mogelijk.4
Wijting,5 Davids6 en Wibbens-de Jong7 hebben geen problemen met een mandelig opstalrecht en een mandelig erfpachtsrecht.8
Davids is van mening dat het bij een erfpachtsrecht gaat over rechten en bevoegdheden die op één lijn gesteld kunnen worden met die voortvloeiende uit een erfpachtsrecht.