Einde inhoudsopgave
Speaking the same language (AN nr. 181) 2023/3.3
3.3 De Curaçaose trust
mr. K.R. Filesia, datum 25-09-2023
- Datum
25-09-2023
- Auteur
mr. K.R. Filesia
- JCDI
JCDI:ADS717289:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Aertsen heeft in zijn dissertatie en in een artikel het toentertijd aanhangige wetsvoorstel betreffende de invoering van de trust in het Nederlands Antilliaanse recht in grote lijnen besproken en heeft te kennen gegeven dat hij daarover een positief oordeel heeft. Dat wetsvoorstel is op enkele kleine punten na, gelijkluidend aan de thans vigerende trustwetgeving in het Curaçaose recht. Anders dan in de uiteenzetting van Aertsen wordt de Curaçaose trust in dit hoofdstuk onderworpen aan een kritische beschouwing. Zie de bespreking van Aertsen: D.W. Aertsen, De trust. Beschouwingen over invoering van de trust in het Nederlandse recht (diss. Nijmegen), Deventer: Kluwer 2004, p. 193 e.v.; D.W. Aertsen, ‘De introductie van de trust in het Nederlands-Antilliaanse recht’, GROM 2002/19.15, p. 15-45.
3.3.1 De Curaçaose trust in het algemeen3.3.2 De belangrijkste kenmerken van de Curaçaose trust3.3.3 De totstandkoming van de Curaçaose trust3.3.4 De formaliteiten bij de instelling en de openbaarmaking van de Curaçaose trust3.3.5 Wat kan precies worden toevertrouwd aan de trustee in het Curaçaose trustrecht?3.3.6 De betrokkenen bij de trustverhouding3.3.7 De opvolging, toetreding en het einde van de hoedanigheid van trustee bij de Curaçaose trust3.3.8 Het karakter van de rechtsverkrijging3.3.9 Het recht van de begunstigde naar Curaçaos recht3.3.10 De instelling van de trust ter verwezenlijking van een bepaald doel3.3.11 De uitvoering van de Curaçaose trust in de praktijk