Einde inhoudsopgave
Op zoek naar de heilige graal (FM nr. 174) 2022/5.9.5.2
5.9.5.2 UBO-begrip bij kerkgenootschappen
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef, datum 01-12-2021
- Datum
01-12-2021
- Auteur
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef
- JCDI
JCDI:ADS633680:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Persoonsgebonden aftrek
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Besluit van 17 juli 2018, houdende nadere regels met betrekking tot uiteindelijk belanghebbenden en politiek prominente personen, het vaststellen van indicatoren voor het melden van ongebruikelijke transacties en tot wijziging van enige andere besluiten in verband met de implementatie van de vierde antiwitwasrichtlijn en de verordening betreffende bij geldovermakingen te voegen informatie (Uitvoeringsbesluit Wwft 2018), Stb. 2018, 241, toelichting op het besluit, p. 30.
Kamerstukken II 2020/21, nr. 3, p. 61.
Volgens het Uitvoeringsbesluit Wwft 2018 kwalificeren als UBO’s van een kerkgenootschap in ieder geval natuurlijke personen die bij ontbinding van het kerkgenootschap als rechtsopvolger in het statuut van het kerkgenootschap zijn benoemd, gelet op een potentieel eigendomsbelang van deze natuurlijke personen (art. 3, lid 1, sub b, onder 1° Uitv.besl. Wwft 2018).1
Beantwoordt niemand aan deze UBO-definitie, dan worden natuurlijke personen die als bestuurder staan vermeld in het eigen statuut, of als bestuurder staan genoemd in de documenten van de kerkelijke organisatie als pseudo-UBO’s in het openbaar register opgenomen (art. 3, lid 1, sub b, onder 2° Uitv.besl. Wwft 2018). Deze categorie natuurlijke personen komt in feite overeen met het hoger leidinggevend personeel dat volgens de vierde antiwitwasrichtlijn als pseudo-UBO moet worden aangemerkt.2 Net als bij andere anbi’s geldt voor kerkgenootschappen dat vrijwel altijd de statutair bestuurders als pseudo-UBO’s zullen worden geregistreerd. Het betreft de bestuurders van het hoogste aggregatieniveau met rechtspersoonlijkheid.3