Einde inhoudsopgave
Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement (O&R nr. 118) 2020/8.5.4
8.5.4 Wijziging van het akkoordvoorstel
mr. A.M. Mennens, datum 01-01-2020
- Datum
01-01-2020
- Auteur
mr. A.M. Mennens
- JCDI
JCDI:ADS192746:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Wessels Insolventierecht VI 2013/6068: “De Faillissementswet bepaalt niet expliciet dat de beraadslaging kan worden geschorst teneinde ook hen (wederom) op te roepen, maar de wet verbiedt het evenmin” Wessels merkt op dat een ruim geformuleerde volmacht in veel gevallen problemen zal voorkomen. Wanneer de wijziging zou resulteren in een hoger uitkeringspercentage zou zelfs een tekstueel beperkte volmacht kunnen volstaan.
Vgl. §8.7 hierna.
Kamerstukken II 2018/19, 35 249, nr. 3, p. 12; 61. Zie over de vraag of het akkoord nog gewijzigd kan worden in de fase na de stemming maar voor de homologatie: nr. 495-496. Of het akkoord na de homologatie nog gewijzigd kan worden, komt aan bod in nr. 613-615.
465. De aanbieder van een surseance- en faillissementsakkoord kan het akkoord gedurende de vergadering over het akkoord nog wijzigen.1 Het is geen uitgemaakte zaak of een niet-verschenen schuldeiser of een schuldeiser die bij volmacht verscheen, opnieuw moet worden opgeroepen wanneer het akkoord tijdens de vergadering wordt gewijzigd. Dat zal in geval van een volmacht sterk samenhangen met de formulering van de volmacht.2
Anders dan het geval is bij de bestaande insolventieakkoorden wordt over een pre-insolventieakkoord niet noodzakelijkerwijs in één vergadering gestemd. Er wordt immers per klasse gestemd, en bovendien hoeft niet noodzakelijkerwijs in een fysieke vergadering te worden gestemd.3 Een wijziging van het aanbod ten aanzien van één klasse heeft mogelijk ook implicaties voor een andere klasse. Alle klassen dienen dan ook volledig geïnformeerd te worden over een eventuele wijziging van het akkoord ten aanzien van een andere klasse. Wijziging van het akkoord in de fase nádat het is aangeboden maar vóórdat de stemming heeft plaatsgevonden, kan daarom mijns inziens alleen plaatsvinden door het akkoord op de voorgeschreven wijze en gedurende een passende termijn opnieuw aan de betrokken vermogensverschaffers voor te leggen. De grondnorm is immers dat de vermogensverschaffers zich een geïnformeerd oordeel over het akkoord moeten kunnen vormen.4