RCR 2015/50
Verpandingsverbod. Onoverdraagbaarheidsbeding. Brengt een onoverdraagbaarheidsbeding met goederenrechtelijke werking met zich dat ook de verpandbaarheid van een vordering is uitgesloten?
Rb. Amsterdam 04-03-2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:879
- Instantie
Rechtbank Amsterdam
- Datum
4 maart 2015
- Zaaknummer
C/13/551353 / HA ZA 13-1536
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS921002:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBAMS:2015:879, Uitspraak, Rechtbank Amsterdam, 04‑03‑2015
- Wetingang
Essentie
Verpandingsverbod. Onoverdraagbaarheidsbeding. Toekomstige vorderingen. Brengt een onoverdraagbaarheidsbeding met goederenrechtelijke werking met zich dat ook de verpandbaarheid van een vordering is uitgesloten? Kwalificeert een terugbetalingsvordering op grond van de statuten van een coöperatie als een toekomstige vordering?
Samenvatting
De failliet – een rozenkwekerij – is lid van Koninklijke Coöperatieve Bloemenveiling FloraHolland U.A. (hierna: FloraHolland). FloraHolland houdt participatierekeningen aan ten name van haar leden. De statuten van FloraHolland (hierna: statuten) bepalen dat het saldo van een participatierekening wordt uitgekeerd aan een lid dat in staat van faillissement wordt verklaard. De statuten bepalen voorts dat een participatierekening niet vatbaar is voor overdracht ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.