Bedrijfsopvolging bij natuurlijke personen
Einde inhoudsopgave
Bedrijfsopvolging bij natuurlijke personen (FM nr. 141) 2013/5.1:5.1 Inleiding
Bedrijfsopvolging bij natuurlijke personen (FM nr. 141) 2013/5.1
5.1 Inleiding
Documentgegevens:
Dr. Y.M Tigelaar-Klootwijk, datum 01-09-2013
- Datum
01-09-2013
- Auteur
Dr. Y.M Tigelaar-Klootwijk
- JCDI
JCDI:ADS347944:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk staat centraal de vraag welke bedrijfsopvolgingsfaciliteiten de overheid momenteel inzet om haar doel te bereiken ten aanzien van de overgang van ondernemingsvermogen door schenking of overlijden (deelvraag 10). Ook wordt in dit hoofdstuk het eerste deel van de probleemstelling aangaande de claim betreffende de schenk- en erfbelasting over ondernemingsvermogen beantwoord. Dit betreft, zoals ook in hoofdstuk 4 aan de orde was, de vraag of fiscale regelingen die bedrijfsopvolgingen faciliteren aanvaardbaar zijn. Hiervoor is allereerst van belang de vraag of overheidsingrijpen legitiem is. Dit is beoordeeld op grond van de theorie van de welvaartseconomie.
Uit hoofdstuk 2 is gebleken dat dit, waar het betreft de heffing van schenk- en erfbelasting, (alleen) het geval is indien sprake is van een gebrekkig werkende kapitaalmarkt. In hoofdstuk 3 is geanalyseerd waaruit de belastingclaim bestaat bij verkrijging van ondernemingsvermogen ten gevolge van overlijden van een ondernemer, dan wel bij verkrijging van ondernemingsvermogen krachtens schenking (art. 1, eerste lid, SW 1956). Met het verkrijgen van ondernemingsvermogenwordt gelijkgesteld het verkrijgen krachtens erfrecht of schenking van aandelen die tot een ab behoren betreffende een vennootschap waarin zich een onderneming bevindt. Bedrijfsopvolgingsfaciliteiten beogen de gevolgen van deze heffing te verzachten. De faciliteit is met name toegespitst op de verkrijger van ondernemingsvermogen (de voortzetter). De voortzetter krijgt tot een bepaald maximum, onder voorwaarden, een voorwaardelijke vrijstelling voor het verkregen ondernemingsvermogen en voor de resterende verkrijging wordt uitstel van betaling verleend. De bedrijfsopvolgingsfaciliteit ziet ook op degene die een vordering heeft op een medeverkrijger ter zake van door deze medeverkrijger verkregen ondernemingsvermogen. De faciliteit is dan evenwel beperkt tot het verlenen van rentedragend uitstel van betaling voor de duur van tien jaar. De toetsing van de bedrijfsopvolgingsfaciliteit komt in paragraaf 5.3 aan de orde. Deze paragraaf wordt afgesloten met een tussenconclusie. Alvorens tot toetsing over te gaan, komt in paragraaf 5.2 de werking van de faciliteit aan de orde. Deze beschrijving wordt gedaan op hoofdlijnen. Aangezien de faciliteit voor verkrijgers van IB-ondernemingen gelijk is aan die van ab-aandelen behoeft geen expliciet onderscheid tussen deze vormen teworden gemaakt.Waar nodigwordt aandacht besteed aan specifieke omstandigheden aangaande de verkrijging van een IB-onderneming, dan wel ab-aandelen.
Het hoofdstuk wordt in paragraaf 5.4 afgesloten met een samenvatting en conclusies.