Verhandelbare emissierechten in broeikasgassen
Einde inhoudsopgave
Verhandelbare emissierechten in broeikasgassen (SteR nr. 34) 2017/7.3.3.1:7.3.3.1 Inleiding
Verhandelbare emissierechten in broeikasgassen (SteR nr. 34) 2017/7.3.3.1
7.3.3.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. T.J. Thurlings, datum 01-08-2017
- Datum
01-08-2017
- Auteur
mr. T.J. Thurlings
- JCDI
JCDI:ADS608220:1
- Vakgebied(en)
Energierecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Bijvoorbeeld: Commissie Kohnstamm (2004), Commissie Kuiper (2012) en Notitie ministeriële verantwoordelijkheid bij zelfstandige bestuursorganen (2014).
MvT, Kamerstukken II 2000/01, 27426, nr. 3, p. 1 en Bovend’Eert & Kummeling 2010, p. 296 en 297. Dit neemt niet weg dat er de facto verschillen (kunnen) bestaan in de controle op zbo’s tussen departementen, zie in dit verband: Commissie Kuiper (2012), p. 90-92.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zowel het bestuur van de RvA als het bestuur van de NEa zijn zelfstandige bestuursorganen. In de afgelopen decennia is veel aandacht besteed aan het bestaan van zbo’s, het nut en de noodzaak ervan, en de democratische controle op deze zbo’s. Er zijn in dit kader zowel departementale als parlementaire onderzoeken verricht.1 Ook is de Wzbo opgericht om het toezicht van ministers op zbo’s te uniformeren.2 Hieronder wordt de motivering voor de oprichting en het bestaan van zowel het bestuur van de RvA, als het bestuur van de NEa onderzocht. Dit onderzoek wordt verricht vanuit een analyse van de autonomie van het bestuursorgaan, tegen de achtergrond van de ministeriële verantwoordelijkheid en de daarmee verbonden democratische controle, en betreft dus een strikt juridische analyse. Bovendien wordt slechts onderzocht of de oprichting en instandhouding verdedigbaar is, niet of deze optimaal is. Een onderzoek naar de vraag of vanuit bestuurskundige, dan wel staatsrechtelijke overwegingen de beiden zbo’s als optimaal kunnen worden beschouwd past niet binnen de kaders van dit bestuursrechtelijke onderzoek.