RFR 2025/86
Moeten zaken strekkend tot verkrijging van een veroordeling tot medewerking aan de vestiging van een vruchtgebruik op grond van art. 4:29 lid 1 of 4:30 lid 1 BW worden behandeld door de kantonrechter, dan wel door een kamer voor andere zaken dan kantonzaken?
HR 04-04-2025, ECLI:NL:HR:2025:511
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
4 april 2025
- Magistraten
Mrs. M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek, F.J.P. Lock, F.R. Salomons, G.C. Makkink
- Zaaknummer
24/03451
- Conclusie
A-G mr. W.L.Valk
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD17046:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Erfrecht (V)
Personen- en familierecht (V)
Erfrecht / Erfopvolging bij versterf
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:511, Uitspraak, Hoge Raad, 04‑04‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1129, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 25‑10‑2024
- Wetingang
Essentie
Erfrecht. Procesrecht.
Moeten zaken strekkend tot verkrijging van een veroordeling tot medewerking aan de vestiging van een vruchtgebruik op grond van art. 4:29 lid 1 of 4:30 lid 1 BW worden behandeld door de kantonrechter, dan wel door een kamer voor andere zaken dan kantonzaken? Moet zo’n procedure worden ingeleid met een verzoekschrift of een dagvaarding?
Samenvatting
In deze procedure gaat het om een erflater die in 2020 overleden is. Erflater is in 2004 in gemeenschap van goederen gehuwd met zijn echtgenote (hierna: ‘de echtgenote’). In het testament van erflater zijn twee stichtingen tot ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.