Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/86
86 Inningsbevoegdheid van de cessionaris en de cedent
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 01-10-2007
- Datum
01-10-2007
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:ADS247322:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Voetnoten
Voetnoten
Idem Van Mierlo 1988, par. 2.2.1.2.
Zie Verhagen en Rongen 2003, p. 690, kamerstukken II 2003/04, 28 878, nr. 5, p. 10-11 en Reuder 2005. Onder het oude BW gold dat de debiteur uitsluitend bevrijdend aan de cedent kon betalen zolang de cessie aan hem niet was medegedeeld en niet vaststond dat hij op een andere wijze met de cessie bekend was. Zie hierover Van Mierlo 1988, par. 4.3.2.
Zie de in de vorige noot genoemde vindplaats.
In deze zin Abendroth 2006, Biemans 2006, nr.5, Pitlo/Reehuis/Heisterkamp 2006, nr. 269 en Van der Weijden 2007, p. 579-580.
Is sprake van openbare cessie dan is de cessionaris van een vordering bevoegd deze te innen omdat hij de rechthebbende van de vordering is.1 Wel kunnen cedent en cessionaris overeenkomen dat de cessionaris eerst tot inning zal overgaan indien een bepaalde voorwaarde is vervuld, bijvoorbeeld de voorwaarde dat de cedent jegens de cessionaris tekortschiet of dat de vordering van de cessionaris op de cedent opeisbaar is. Voor zekerheidscessies onder het oude recht werd, indien de cedent en de cessionaris zulks niet expliciet waren overeengekomen, aangenomen dat de cedent en de cessionaris dit stilzwijgend waren overeengekomen. Aan de bevoegdheid van de cessionaris jegens de debiteur van de vordering verandert niets door de afspraak tussen de cessionaris en de cedent dat de cessionaris zich van inning zal onthouden. De cedent en de cessionaris zullen het wenselijk vinden dat de cedent de vordering in eigen naam int zolang de cedent jegens de cessionaris niet tekortschiet. Daartoe is de cedent naar huidig recht in geval van openbare cessie slechts bevoegd indien hij middellijk vertegenwoordiger van de cessionaris is.2
Is sprake van stille cessie op de voet van art. 3:94 lid 3 BW, dan is uitsluitend de cedent inningsbevoegd totdat de cessie aan de debiteur is medegedeeld. Tot de mededeling kan de debiteur uitsluitend aan de cedent bevrijdend betalen. Ook indien de schuldenaar wetenschap heeft van de cessie, kan hij slechts bevrijdend betalen aan de cedent zolang de cessie niet aan hem is medegedeeld. Betaalt de debiteur de vordering aan de cedent voordat de cessie aan hem is medegedeeld, dan zal hij ook jegens de cessionaris bevrijd zijn van zijn betalingsverplichting.3
In de literatuur wordt met betrekking tot de stille cessie, in strijd met de wetsgeschiedenis,4 wel een andere opvatting verdedigd. De cessionaris zou reeds vóór de mededeling inningsbevoegd zijn. Wel zou de schuldenaar totdat de cessie aan hem is medegedeeld bevrijdend kunnen betalen aan de cedent.5