Ontwikkelingen in het civielrechtelijk conservatoir beslag in Nederland
Einde inhoudsopgave
Ontwikkelingen in het civielrechtelijk conservatoir beslag in Nederland (BPP nr. XV) 2013/4.7.2.2.0:4.7.2.2.0 Introductie
Ontwikkelingen in het civielrechtelijk conservatoir beslag in Nederland (BPP nr. XV) 2013/4.7.2.2.0
4.7.2.2.0 Introductie
Documentgegevens:
mr. M. Meijsen, datum 27-05-2013
- Datum
27-05-2013
- Auteur
mr. M. Meijsen
- JCDI
JCDI:ADS500715:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Teuben 2004, p. 115, onder verwijzing naar diverse auteurs.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het Rolrichtlijnen-arrest werd door de Hoge Raad voor het eerst aanvaard dat een rechtersregeling tot een bepaalde binding voor de rechter kan leiden. In lijn hiermee wordt door Teuben bij het bepalen van de juridische binding van rechtersregelingen een onderscheid gemaakt tussen enerzijds regelingen welke voldoen aan de criteria die door de Hoge Raad zijn benoemd in het Rolrichtlijnen-arrest (en dus een kwalificatie als ‘recht’ in de zin van artikel 79 lid 1 onder b RO kennen) en anderzijds regelingen die hier niet aan voldoen. In de literatuur is omstreden of zelfbinding op het gebied van materieelrechtelijke regelingen mogelijk is op grond van het Rolrichtlijnen-arrest.1 Teuben stelt van wel, omdat de algemene beginselen van behoorlijke rechtspleging ook van toepassing zijn op materieel recht. Ik meen (anders) dat aan het Rolrichtlijnen-arrest, gezien de inhoud hiervan, een beperkte werking moet worden toegekend, dat wil zeggen slechts op het gebied van rolreglementen.