Sfeerovergangen in de winstsfeer
Einde inhoudsopgave
Sfeerovergangen in de winstsfeer (FM nr. 172) 2022/6.3.2.1:6.3.2.1 Toetsing
Sfeerovergangen in de winstsfeer (FM nr. 172) 2022/6.3.2.1
6.3.2.1 Toetsing
Documentgegevens:
Mr. dr. B.F.M. Coebergh, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
Mr. dr. B.F.M. Coebergh
- JCDI
JCDI:ADS630462:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Heffingsbevoegdheid
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Inkomstenbelasting / Winst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Aan de hand van bovenstaande analyse kom ik tot de volgende conclusies:
Criterium 1: In overeenstemming met de uitgangspunten van het totaalwinstbeginsel
In onderhavige casus wordt de onrendabele investering niet toegerekend aan de belaste periode en maakt daarmee geen deel uit van de totaalwinst. Dit komt omdat de onrendabele top de waarde in het economische verkeer van de woningen vermindert en daardoor volledig wordt toegerekend aan de onbelaste periode. In de belaste periode wordt vervolgens meer winst belast dan feitelijk door het lichaam genoten wordt ten aanzien van deze woningen. Ook hier zien we dat dit op gespannen voet staat met het realiteitsbeginsel. Dit beginsel vinden we terug in het eerste uitgangspunt van totaalwinst; er wordt meer winst belast dan feitelijk genoten.
Criterium 2: Er is sprake van een adequate toerekening (toerekening aan de periode waarin de voordelen worden opgeroepen door de bedrijfsuitoefening)
Uit het voorbeeld blijkt de toerekening van de uitgaven wordt bepaald door de investeringsbeslissing en niet door de exploitatie van de woningen.
Criterium 3: er is sprake van een duidelijk en praktisch toepasbaar systeem
Het systeem van waardering tegen waarde in het economische verkeer is in beginsel duidelijk.