Afscheiding van bestanddelen
Einde inhoudsopgave
Afscheiding van bestanddelen (O&R nr. 134) 2022/4.3.5:4.3.5 Beschadiging van betekenis
Afscheiding van bestanddelen (O&R nr. 134) 2022/4.3.5
4.3.5 Beschadiging van betekenis
Documentgegevens:
mr. J.C.T.F. Lokin, datum 01-03-2022
- Datum
01-03-2022
- Auteur
mr. J.C.T.F. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS644771:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
MvA II, art. 3.1.1.3, Parl. Gesch. Boek 3, p. 74.
HR 13 november 2020, ECLI:NL:HR:2020:1786.
HR 13 november 2020, ECLI:NL:HR:2020:1786, r.o. 3.3.2.
MvA II, art. 3.1.1.3, Parl. Gesch. Boek 3, p. 75-77.
HR 13 november 2020, ECLI:NL:HR:2020:1786, r.o. 3.3.3.
HR 13 november 2020, ECLI:NL:HR:2020:1786, r.o. 3.3.2; Zie ook: Geurts (2019), p. 211.
Kortmann, AA 1994/02, p. 106.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Wanneer is sprake van “beschadiging van betekenis”? Allereerst zij opgemerkt dat de “beschadiging” een denkbeeldige is. Voordat een onderdeel wordt afgescheiden, moet men inschatten of die afscheiding leidt tot “beschadiging van betekenis”. Dit houdt tevens in dat de vraag of een beschadiging betekenis heeft per geval moet worden vastgesteld (relatieve schade). Een algemene regel die bepaalt wanneer afscheiding leidt tot een “beschadiging van betekenis” is niet te geven. In de MvA is opgemerkt dat het onwenselijk is, als bij een “geringe breuk” het tweede lid van toepassing is. Niet te snel moet worden aangenomen dat beschadiging van betekenis optreedt.1 Deze restrictieve uitleg van art. 3:4 lid 2 BW heeft de Hoge Raad bevestigd.2 Voor het tweede lid is enkel de ernst van de fysieke schade relevant, niet eventuele optredende vermogensrechtelijke gevolgen, zoals de gevolgen van de afscheiding voor de waarde van de zaken.3 Niet relevant is dus of de hoofdzaak en/of het afgescheiden bestanddeel door de afscheiding in waarde verminderen. Voorts is niet van belang of na de afscheiding de daardoor ontstane beschadiging te herstellen is.4
Evenmin speelt de vraag een rol of de afscheiding economisch wenselijk is.5 Zelfs niet als door de verbinding één of meer zaken in onbruik zijn geraakt.
Vloeibaar aluminium was gestold in de ovens waarin het op hoge temperatuur was gemaakt. Deze ovens waren daardoor onbruikbaar geworden en vertegenwoordigden geen waarde meer. Het aluminium daarentegen had nog wel een marktwaarde. Deze omstandigheden, evenals het feit dat met de instandhouding van de vereniging tussen het aluminium en de ovens geen enkel redelijk, praktisch of economisch belang was gediend, speelden voor de Hoge Raad echter geen rol bij de beantwoording van de vraag of het aluminium een bestanddeel was op grond van art. 3:4 lid 2 BW.
Gelijk te stellen aan de “fysieke beschadiging van betekenis” is het geval waarin afscheiding zonder fysieke gevolgen mogelijk is, maar waarbij in verhouding tot de waarde van de zaken onevenredig veel inspanningen of kosten zijn gemoeid.6 Daarbij geldt hoe waardevoller de zaak, hoe hoger de kosten voor de afscheiding gerechtvaardigd zijn.7 Treedt “beschadiging van betekenis” op ofwel bij de “hoofdzaak” ofwel bij het af te scheiden onderdeel ofwel bij beide, dan is het onderdeel een bestanddeel.