Einde inhoudsopgave
De civiele zitting centraal: informeren, afstemmen en schikken (BPP nr. VIII) 2010/9.2.1
9.2.1 De civiele procedure in Duitsland
Janneke van der Linden, datum 14-04-2010
- Datum
14-04-2010
- Auteur
Janneke van der Linden
- JCDI
JCDI:ADS369123:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie: http://www.zivilprozessordnung.de/. Meer informatie over de Duitse civiele procedure staat beschreven in: Baumbach e.a., 2008; Geimer e.a., 2009; Musielak e.a., 2008; Rauscher e.a., 2008.
In uitzonderingsgevallen — bijvoorbeeld als gedaagde geen verweer voert — vindt de voorbereiding mondeling in plaats van schriftelijk plaats tijdens een zogenoemde frühe erste Termin (§ 275 ZPO). De zaak wordt dan behandeld tijdens een soort bulkzitting.
In Duitland vindt men dit problematisch, omdat er normaal gesproken behoorlijk wat zittingen voor één ochtend gepland staan en de rechter dan moet wachten op de volgende zaak.
Deze wettelijke uitzondering ziet met name op §15a EGZPO. Dit artikel is op 1 januari 2000 in werking getreden en biedt deelstaten de mogelijkheid om bij een afgebakende groep van conflicten (bijvoorbeeld bij vorderingen tot 750 euro en burenzaken) partijen te verplichten om eerst een buitengerechtelijke geschiloplossingsprocedure te volgen. Doen zij dat niet, dan zijn zij niet-ontvankelijk in hun vordering. Een aantal deelstaten heeft deze mogelijkheid inmiddels (voor een bepaalde tijdsperiode) ingevoerd. Het initiatief moet nog geëvalueerd worden (Hess, 2008; Rauscher e.a., 2008).
Persoonlijke communicatie met dr. mr. Killian, verbonden aan de Universiteit van Keulen en mr. 1/5tsch, raadsheer bij het Oberlandesgericht in Keulen.
In Duitsland kent men 687 Amtsgerichte (soort kantongerechten), 116 Landgerichte (rechtbanken), 24 Oberlandesgerichte (hoger beroep) en het Bundesgerichtshof (cassatie). Daarnaast heeft Duitsland een aantal constitutionele rechtbanken en gespecialiseerde rechtbanken, bijvoorbeeld op het terrein van fiscaal recht en arbeidsrecht. Het civiele procesrecht is geregeld in de Zivilprozessordnung (720).1 De centrale zitting in de Duitse civiele procedure is de Haupttermin. Na ontvangst van het klaagschrift geeft de rechter gedaagde een termijn waarbinnen hij de conclusie van antwoord moet indienen (§ 276Z20).2 Dan volgt — vergelijkbaar met de Nederlandse situatie — de Haupttermin. Het uitgangspunt van de Duitse civiele procedure is het behandelen van zaken in één zitting (§ 272 lid 1 ZPO). Tijdens die zitting worden de vorderingen geformuleerd (dit is meer een formaliteit), feitelijke en juridische aspecten besproken en opgehelderd, getuigen en deskundigen gehoord en de waardering van het bewijs besproken. Partijen moeten voor de Haupttermin worden opgeroepen (§ 278 lid 3 ZPO). De zitting heeft twee onderdelen: de Güteverhandlung en de Mündliche Verhandlung (box 39).
Hoewel het uitgangspunt van het Duitse recht is om alles (inclusief het horen van getuigen en deskundigen) in één zitting af te handelen, vinden er in de praktijk vaak meerdere zittingen per zaak plaats. De reden daarvoor is dat — als partijen anders tijdens de zitting een schikking overeenkomen — getuigen en deskundigen voor niets zijn gekomen en de rechter te veel tijd voor de zitting heeft gereserveerd.3 Rechters roepen daarom in de praktijk alleen deskundigen en getuigen op om naar de Haupttermin te komen als zij verwachten dat partijen geen schikking zullen overeenkomen.
Box 39: De Haupttermin bestaat uit twee onderdelen
De Güteverhandlung. In § 278 lid 2 ZPO is bepaald dat de rechter de zitting begint met het beproeven van een schikking, de Güteverhandlung genoemd. Hiertoe verheldert hij met partijen de feiten en het geschil, hoort hij de verschenen partijen en — indien nodig — stelt hij vragen (§ 278 lid 2 ZPO). Bij het verhelderen van de zaak wijst de rechter partijen op de sterke en zwakke punten van hun zaak en geeft in feite al vrij duidelijk aan, hoe hij de zaak ziet (Geimer e.a., 2009; Rauscher e.a., 2008). Vervolgens doet de rechter vrijwel altijd zelf een schikkingsvoorstel. De rechter kan slechts in twee situaties — die restrictief moeten worden uitgelegd — afzien van het beproeven van een schikking (Lhke, 2003):
- Als partijen al tevergeefs geprobeerd hebben hun geschil via een buitengerechtelijke geschiloplossingsprocedure op te lossen.4
- Als het beproeven van een schikking zinloos lijkt te zijn. Dit zal met name aan de orde zijn als uit de stukken reeds naar voren komt dat partijen lijnrecht tegenover elkaar staan of een proefproces willen voeren of als de rechtbank uit ervaring weet dat een partij niet schikkingsbereid is (Rauscher e.a., 2008).
De Mündliche Verhandlung (§ 279). In dit deel van de zitting staat het onmiddellijkheidsbeginsel centraal: De rechter laat datgene wat niet tijdens de zitting besproken of gevorderd is, buiten beschouwing (B aumbach e.a., 2008; Lhke, 2003; Hovens, 2005). Dit wil echter niet zeggen, dat partijen de volledige inhoud van eerdere stukken ter zitting moeten herhalen. Vaak wordt ter zitting volstaan met een korte verwijzing door de advocaten naar de eerder ingediende stukken.
De rechter verheldert verder in dit deel van de zitting — voor zover nodig en niet reeds aan de orde geweest bij de Güteverhandlung — met partijen de feitelijke en juridische kant van de zaak (geeft zijn visie) en hij kan hen vragen stellen (§ 139 lid 1 ZPO). Als de geschilpunten zijn besproken, hoort de rechter getuigen en deskundigen (§ 279 lid 2 ZPO) en verheldert hij vervolgens met partijen opnieuw de feitelijke en juridische kant van de zaak en — voor zover mogelijk — de uitkomst van de bewijslevering (§ 279 lid 3 ZPO). Daarna wordt de mondelinge behandeling gesloten. De rechter geeft zijn oordeel ter zitting of binnen een door hem bepaalde termijn.
De Haupttermin duurt in de praktijk, exclusief getuigen- en deskundigenverhoren, gemiddeld een kwartier (eenvoudige zaken) tot een half uur (complexe zaken) en rechters hebben vaak op één ochtend wel tien of meer zittingen.5 Een groot deel van deze tijdsbesparing in vergelijking met Nederland zit in het feit dat er ter zitting geen proces-verbaal wordt opgemaakt. De rechter spreekt (zeer kort) de partijverklaringen of de schikkingsovereenkomst tijdens de zitting in op een dictafoon en dit wordt later door de administratie uitgetypt.
De wet bepaalt in § 278 lid 2 ZPO expliciet dat de rechter verplicht is eerst een schikking te beproeven en vervolgens pas over te gaan tot de Mündliche Verhandlung om de feitelijke en juridische kant van de zaak met partijen te verhelderen. In de praktijk is dat onderscheid niet zo strikt (zie ook de evaluatie van de wijzigingen in het Duitse procesrecht in paragraaf 9.2.2.1). Dat is niet problematisch, omdat rechters verplicht zijn om op ieder moment in de procedure — en dus niet alleen aan het begin van de zitting — bedacht te zijn op de schikkingsmogelijkheden in een zaak (§ 278 lid 1 ZPO). In de praktijk komt het er op neer dat schikkingen voornamelijk tot stand komen nadat de feitelijke en juridische kanten van de zaak zoveel mogelijk verhelderd zijn (zoals dat ook in Nederland gebruikelijk is) of nadat er getuigen zijn gehoord (Rauscher e.a., 2008). De rechter beslist per zaak wat het beste moment is om een schikking te beproeven. Daarbij is de rechter niet beperkt tot de zitting. Hij kan partijen namelijk ook voorafgaand of na afloop van de zitting een schriftelijk schikkingsvoorstel doen (§ 278 lid 6 ZPO; meer hierover in paragraaf 9.2.2.1).