NJB 2013/1620:Opzettelijke belediging van de Koning, art. 111 Sr. Veroordeling: in casu niet aannemelijk dat de verdachte niet de Koningin maar de of een ‘koningin van de nacht’ bedoelde. Cassatie: in cassatie kan niet met vrucht voor het eerst de ‘linguïstieke uitingsvrijheid’ van de verdachte worden ingeroepen, noch dat deze uitingsvrijheid wordt beschermd door art. 10 EVRM