NJB 2013/1620
Opzettelijke belediging van de Koning, art. 111 Sr. Veroordeling: in casu niet aannemelijk dat de verdachte niet de Koningin maar de of een ‘koningin van de nacht’ bedoelde. Cassatie: in cassatie kan niet met vrucht voor het eerst de ‘linguïstieke uitingsvrijheid’ van de verdachte worden ingeroepen, noch dat deze uitingsvrijheid wordt beschermd door art. 10 EVRM
HR 11-06-2013, ECLI:NL:HR:2013:CA2542
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
11 juni 2013
- Magistraten
Mrs. A.J.A. van Dorst, J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan
- Zaaknummer
11/03064
- LJN
CA2542
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2013:CA2542, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 11‑06‑2013
ECLI:NL:PHR:2013:CA2542, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 09‑04‑2013
- Wetingang
Essentie
Opzettelijke belediging van de Koning, art. 111 Sr. Veroordeling: in casu niet aannemelijk dat de verdachte niet de Koningin maar de of een ‘koningin van de nacht’ bedoelde. Cassatie: in cassatie kan niet met vrucht voor het eerst de ‘linguïstieke uitingsvrijheid’ van de verdachte worden ingeroepen, noch dat deze uitingsvrijheid wordt beschermd door art. 10 EVRM
Uitspraak
Inleiding:
Verdachte is veroordeeld omdat hij – kort gezegd – opzettelijk de Koningin, H.M. Beatrix Wilhelmina Armgard, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, Prinses van Lippe-Biesterfeld, heeft beledigd doordat hij met witte verf de tekst ‘Lang leve de Koningin die kankerhoer’ op een ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.