Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders
Einde inhoudsopgave
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/16.11:16.11 Conclusie
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/16.11
16.11 Conclusie
Documentgegevens:
mr. J. Barneveld, datum 18-09-2013
- Datum
18-09-2013
- Auteur
mr. J. Barneveld
- JCDI
JCDI:ADS404676:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De kapitaalvennootschap met beperkte aansprakelijkheid heeft zich de afgelopen vier eeuwen ontwikkeld tot een veelzijdige rechtsvorm. De VOC werd in 1602 geboren uit de behoefte om bij het grote publiek vermogen aan te trekken voor risicovolle activiteiten die de economische en militaire belangen van de Nederlandse Republiek dienden. Vanaf het moment dat de kapitaalvennootschap kon worden opgericht vanwege zuiver private motieven werd de rechtsvorm ook veel gebruikt voor (soms kleine) familiebedrijven en in andere besloten verhoudingen. Ook voor deze vennootschappen gold onverminderd het uitgangspunt dat de verstrekkers van het eigen vermogen niet aansprakelijk waren voor de schulden van de rechtspersoon. Hierdoor werden regels ter bescherming van derden die met de vennootschap handelden noodzakelijk. Waar het tekort van de VOC bij haar ontbinding nog voor rekening van de Nederlandse staat werd gebracht, betekende het faillissement van de daarna opgerichte maatschappijen doorgaans een strop voor de schuldeisers. Ten behoeve van de crediteuren werden daarom in het Wetboek van Koophandel regels opgenomen ter zake van het kapitaal van de vennootschap. Aan deze regels lag de gedachte ten grondslag dat aandeelhouders uitsluitend de door de vennootschap gemaakte winsten mochten onttrekken, en dus niet hetgeen zij hadden ingebracht om deze winst te realiseren. Door de eeuwen heen, en mede door tussenkomst van de Europese wetgever, ontstond uit deze notie een verfijnd, maar technisch complex wettelijk systeem van kapitaalbescherming dat moest garanderen dat aandeelhouders een zeker minimum eigen vermogen bijeenbrachten en niet aan de vennootschap onttrokken wat zij op hun aandelen hadden gestort. Omdat dit systeem onvoldoende bescherming bood aan crediteuren en in de praktijk als hinderlijk en kostbaar werd ervaren, stond het vanaf de jaren negentig van de vorige eeuw in toenemende mate aan kritiek bloot. Met name in besloten verhoudingen zou behoefte bestaan aan flexibeler en eenvoudiger regulering van de financiering. Daar kwam bij dat Europese jurisprudentie een concurrentiestrijd veroorzaakte tussen de verschillende nationale besloten vennootschapsvormen. Dit heeft een aanzienlijk aantal lidstaten ertoe gebracht het nationale recht voor hun besloten vennootschappen te hervormen, waarbij met name de strenge kapitaalregels het veld hebben moeten ruimen. Met de invoering van de wet Flex-BVop 1 oktober 2012, heeft ook Nederland zich bij deze trend aangesloten.