V-N 2025/16.22
Cassatie in het belang der wet over proceskostenvergoeding in Mulderzaken
HR (Parket) 25-03-2025, ECLI:NL:PHR:2025:369, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad (Parket)
- Datum
25 maart 2025
- Zaaknummer
25/00406 CW
- Conclusie
A-G Keulen
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD7712:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht (V)
Fiscaal procesrecht / Proceskostenvergoeding
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:985, Uitspraak, Hoge Raad, 24‑06‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:369, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 25‑03‑2025
- Wetingang
Essentie
Advocaat-generaal Keulen kan zich niet vinden in het oordeel van Hof Arnhem-Leeuwarden over de hoogte van de proceskostenvergoedingen in Mulderzaken. Het hof had moeten nagaan of de wetgever de ‘margin of appreciation’ die heeft overschreden door de proceskostenvergoedingen voor Mulderzaken te beperken. Dat is volgens de A-G niet het geval. De A-G verzoekt de Hoge Raad het arrest van Hof Arnhem-Leeuwarden in het belang der wet te vernietigen.
Samenvatting
X procedeert met een gemachtigde tegen een sanctie op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv), ook wel de Wet Mulder. In hoger beroep is alleen de hoogte ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.