Einde inhoudsopgave
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/28.1
28.1 Inleiding
mr. dr. R. Stijnen, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. dr. R. Stijnen
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
R. Stijnen, Rechtsbescherming tegen bestraffing in het strafrecht en het bestuursrecht, Deventer: Kluwer 2011.
Het voorontwerp dateert van september 1999, terwijl de Vierde tranche Awb uiteindelijk in juli 2009 in werking is getreden.
Een korte zoekactie op overheid.nl leert dat er bijna 140 wetten zijn die de bestuurlijke boete kennen.
Kritisch daarover Afdeling Advisering Raad van State, Ongevraagd advies sanctiestelsels, Analyse van enige verschillen in rechtsbescherming en rechtspositie van de justitiabele in het strafrecht en in het bestuursrecht, 13 juli 2015, Stcrt. 2015, 30280. Zie voorts D.R. Doorenbos, ‘Beboeting van rechtspersonen’, Strafblad 2014/16, p. 97-105.
Ten tijde van het schrijven van mijn proefschrift1 is de Vierde tranche van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) tot stand gekomen, waarmee in het algemene bestuursrecht de figuur van de bestuurlijke boete is gecodificeerd. Dat was vooral een kwestie van geluk, want een voorontwerp daartoe had vele jaren in een la gelegen.2 Deze codificatie van de bestuurlijke boete in de Awb is zeker geen eindpunt. Zo komen er nog steeds vele nieuwe bestuurswetten tot stand waarin de wetgever voorziet in de mogelijkheid die te handhaven met de bestuurlijke boete.3 Vaak is daarbij voorts voorzien in de mogelijkheid tot strafvervolging. Verder zijn het bestuurs- en het strafrecht inmiddels in een wedstrijd verzeild geraakt met betrekking tot welk rechtsgebied de hoogte maximumboetes kent.4 En ten slotte is ook de rechtspraak volop in ontwikkeling, mede onder invloed van het Europese recht.
Juist omdat de wetgever veelal bestraffende handhaving door het bestuursrecht en het strafrecht naast elkaar laat bestaan, waarbij steeds op grond van het zogenoemde una via-beginsel een keuze tussen beide trajecten moet worden gemaakt, doet zich indringend de vraag voelen of de rechtsbescherming in het bestuursrecht niet gelijkwaardig moet zijn aan die in het strafrecht, waarbij van oudsher het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) en inmiddels ook het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie normerend werken.
Hierna zal ik in vogelvlucht een aantal ontwikkelingen inzake de bestuurlijke boete en het strafrecht schetsen. Ik zal beginnen met de vraag naar de keuze tussen bestuursrecht of strafrecht, waarbij ook enige aandacht uitgaat naar de evenredigheid van de boetetoemeting. Daarna zal ik het bewijsrecht in het bestuurs- en het strafrecht vergelijken en voorts enige aandacht besteden aan bewijsuitsluiting in beide rechtsgebieden. Vervolgens zal ik kort stilstaan bij verschillen en overeenkomsten tussen de bestuursrechtelijke en de strafrechtelijke procedure, met name wat betreft de mogelijkheid tot aanvullend bewijs en grondslagwijziging. Tot slot volgen een paar slotopmerkingen.