Heffingsmethoden, een valse dichotomie?
Einde inhoudsopgave
Heffingsmethoden, een valse dichotomie? (FM nr. 156) 2019/5.5:5.5 Conclusie
Heffingsmethoden, een valse dichotomie? (FM nr. 156) 2019/5.5
5.5 Conclusie
Documentgegevens:
Dr. H.M. Roose, datum 01-04-2019
- Datum
01-04-2019
- Auteur
Dr. H.M. Roose
- JCDI
JCDI:ADS448476:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Inkomstenbelasting / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk heb ik onderzocht welke heffingstechnieken in andere landen worden toegepast en in hoeverre die vergelijkbaar zijn met de in Nederlandse aangifte- en aanslagbelastingen. De reden om dat te doen, is dat ik in hoofdstuk 6 naga op basis van welke factoren initiële keuzes of keuzes met betrekking tot een omzetting van een heffingsmethode worden gemaakt. Daarbij kijk ik tevens naar omzettingen in het buitenland. Voor een goed begrip van die omzettingen is eerst meer inzicht in de toegepaste technieken nodig. Daarnaast levert het informatie op voor Nederland waar het in de toekomst zijn voordeel mee dan doen.
De wijze waarop in de literatuur over deze technieken wordt gesproken, vaak aangeduid als ‘direct of administrative assessment’ en ‘self-assessment’, veronderstelt een mondiale uniformiteit. Uit het deelonderzoek komt echter naar voren dat dit niet het geval is. Binnen ‘direct assessment en/of ‘self-assessment’ zijn onderlinge verschillen waarneembaar. De heffingstechnieken bestaan namelijk uit verschillende kernelementen (doen van aangifte, toezicht, boeten en informeren van belastingen over de hoogte van het door hen verschuldigde belastingbedrag) en een land kan aan elk kernelement zijn eigen invulling geven. Van uniformiteit is dus geen sprake. Op een continuüm zijn echter wel twee groepen of families van heffingstechnieken aan te wijzen. Het moment waarop het toezicht plaatsvindt, is daarbij onderscheidend. Bij de ene groep technieken formaliseert de belastingdienst de belastingschuld. Het toezicht vindt daarbij voornamelijk voorafgaand aan het vaststellen van de zogenoemde ‘assessment’ plaats. Deze groep duid ik aan als 'direct/administrative assessment'. De Nederlandse heffing bij wege van aanslag vertoont hier de meeste gelijkenissen mee. De andere groep wordt gevormd door de heffingstechnieken waarbij de belastingplichtige de belastingschuld formaliseert. Door de Belastingdienst wordt hierbij in de regel geen assessment vastgesteld. Toezicht vindt daarom in de regel achteraf plaats. Dit duid ik aan als 'self-assessment'. De Nederlandse heffing bij wege van voldoening en afdracht op aangifte maken deel uit van deze groep.