V-N 2025/33.28
Nevenvorderingen tellen niet mee bij bepalen financieel belang voor ISV
HR 11-07-2025, ECLI:NL:HR:2025:1129, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
11 juli 2025
- Magistraten
Feteris, Boerlage, Van der Voort Maarschalk
- Zaaknummer
23/03957
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD16752:1
- Vakgebied(en)
Waardering onroerende zaken (V)
Fiscaal procesrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1129, Uitspraak, Hoge Raad, 11‑07‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 11‑07‑2025
- Wetingang
Essentie
De Hoge Raad oordeelt dat bij de beoordeling van het financiële belang in een ISV-zaak geen rekening mag worden gehouden met nevenvorderingen, zoals een dwangsom wegens niet-tijdig beslissen.
Samenvatting
X maakt als gebruiker van een woning bezwaar tegen de WOZ-beschikking 2020. De heffingsambtenaar verklaart het bezwaar inhoudelijk ongegrond, maar kent X wel een dwangsom van € 161 toe voor het te laat beslissen op het bezwaarschrift. X gaat vervolgens in beroep en vraagt daarbij om een ISV. Rechtbank Den Haag verklaart het beroep gegrond en weigert ondanks de overschrijding van de redelijke termijn een ISV ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.