NJ 2013/196
Contractuele verdeling van exploitatierechten van cinematografisch werk tussen hoofdregisseur en producent. Nationale regeling volgens welke deze rechten uitsluitend en van rechtswege aan filmproducent toekomen. Mogelijkheid om bij overeenkomst tussen partijen van deze regel af te wijken.
HvJ EU 09-02-2012, ECLI:EU:C:2012:65, m.nt. P.B. Hugenholtz (Luksan/Van der Let)
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Unie
- Datum
9 februari 2012
- Magistraten
K. Lenaerts, J. Malenovský, R. Silva de Lapuerta, G. Arestis en T. von Danwitz
- Zaaknummer
C-277/10
- Conclusie
A-G V. Trstenjak
- Noot
P.B. Hugenholtz
- LJN
BV6223
- Roepnaam
Luksan/Van der Let
- JCDI
JCDI:ADS127615:1
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
Intellectuele-eigendomsrecht / Auteursrecht
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:2012:65, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Unie, 09‑02‑2012
- Wetingang
Berner Conventie voor de bescherming van werken van letterkunde en kunst art. 14bis
Essentie
Verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door het Handelsgericht Wien (Oostenrijk) bij beslissing van 17 mei 2010.
Contractuele verdeling van exploitatierechten van cinematografisch werk tussen hoofdregisseur en producent. Nationale regeling volgens welke deze rechten uitsluitend en van rechtswege aan filmproducent toekomen. Mogelijkheid om bij overeenkomst tussen partijen van deze regel af te wijken.
Samenvatting
1) De artikelen 1 en 2 van Richtlijn 93/83/EEG van de Raad van 27 september 1993 tot coördinatie van bepaalde voorschriften betreffende het auteursrecht en naburige rechten op het gebied van de satellietomroep en de doorgifte via de kabel ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.