De faillissementspauliana
Einde inhoudsopgave
De faillissementspauliana (O&R nr. 75) 2012/6.6.3.1:6.6.3.1 Art. 2014 BW (oud) bood geen bescherming aan de verkrijger van een (beperkt) recht op een registergoed
De faillissementspauliana (O&R nr. 75) 2012/6.6.3.1
6.6.3.1 Art. 2014 BW (oud) bood geen bescherming aan de verkrijger van een (beperkt) recht op een registergoed
Documentgegevens:
mr. R.J. van der Weijden, datum 26-10-2012
- Datum
26-10-2012
- Auteur
mr. R.J. van der Weijden
- JCDI
JCDI:ADS377123:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Waarom heeft de wetgever bij de invoering van de huidige regeling van de faillissementspauliana een eigen bepaling van derdenbescherming daarin opgenomen? Het antwoord op deze vraag kan worden gevonden in de parlementaire geschiedenis van de Faillissementswet:
"Nochtans heeft de practijk de behoefte aan regeling van dit punt voldingend aangetoond, immers toepassing van algemeene rechtsbeginselen heeft tot voor het verkeer allernoodlottigste beslissingen geleid. Ten bewijze daarvan strekt het arrest van den Hoogen Raad van 28 Maart 1884 (W. n°. 5019), bevestigende het arrest van het Hof te Leeuwarden van 20 december 1882 (W. n°. 4862), waarbij geoordeeld werd dat toewijzing van de Pauliana ten gevolge heeft, dat het in fraudem creditorum verkochte onroerend goed vrij en onbezwaard tot den boedel terugkeert, zoodat de daarop inmiddels door den kooper verleende hypotheken vervallen; en zulks onverschillig of de hypotheekhouder al of niet te goeder trouw is."1
De 'algemeene rechtsbeginselen' die de wetgever in bovenstaande passage noemt beschermden slechts de verkrijgers van een roerende zaak niet-registergoed (zie art. 2014 BW (oud)). Het Burgerlijk Wetboek van 1838 bevatte geen bepaling die bescherming bood aan hen die van een beschikkingsonbevoegde een recht op een registergoed hadden verkregen. Met de invoering van art. 51 lid 3 (oud) Fw wilde de wetgever deze leemte vullen om zodoende tegemoet te komen aan de wensen van het rechtsverkeer. Gelijktijdig met de invoering van art. 51 lid 3 (oud) Fw heeft hij in art. 1377 lid 2 BW (oud) een vergelijkbare regeling opgenomen voor de actio Pauliana buiten faillissement.2
De vraag rijst of aan een eigen regeling van derdenbescherming binnen de faillissementspauliana thans nog behoefte bestaat. De bescherming van de verkrijger van een recht op een registergoed is in het huidige Burgerlijk Wetboek immers wel geregeld, zie art. (3:98 jo.) 3:88 BW. De wetgever heeft bij de invoering van het huidige Burgerlijk Wetboek art. 1377 lid 2 BW (oud) en art. 51 lid 3 (oud) Fw echter niet geschrapt, maar in gewijzigde vorm overgenomen, zie art. 51 lid 2 Fw en 3:45 lid 5 BW. Op de motieven hiervoor wordt in § 6.3.2 en § 6.3.3 ingegaan.