BNB 2016/101
Zaak Van Dijk. Aanwezigheid scheepspatent. Oordeel Hof gebaseerd op stukken die zich niet in het dossier bevinden. Betekenis E101-verklaring voor Rijnvarende
HR 22-01-2016, ECLI:NL:HR:2016:82, m.nt. P. Kavelaars
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
22 januari 2016
- Magistraten
Mrs. Koopman, Fierstra, Van Hilten
- Zaaknummer
12/03718
- Noot
P. Kavelaars
- JCDI
JCDI:ADS923544:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen (V)
Fiscaal procesrecht / Procesorde
Premieheffing / Verzekeringsplicht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2016:82, Uitspraak, Hoge Raad, 22‑01‑2016
ECLI:NL:HR:2014:683, Uitspraak, Hoge Raad, 28‑03‑2014
Beroepschrift, Hoge Raad, 19‑06‑2012
Beroepschrift, Hoge Raad, 19‑06‑2012
- Wetingang
Art. 4 lid 3 VEU; art. 11 lid 2 Rijnvarendenverdrag; art. 7 lid 2 onderdeel a Verordening (EEG) 1408/71; art. 8:69 lid 1 Awb
Essentie
Zaak Van Dijk. Aanwezigheid scheepspatent. Oordeel Hof gebaseerd op stukken die zich niet in het dossier bevinden. Betekenis E101-verklaring voor Rijnvarende
Samenvatting
Voortzetting zaak HR, BNB 2014/127* en HvJ EU, BNB 2015/230c* (X en Van Dijk).
Belanghebbende woonde in 2007 in Nederland en werkte de eerste helft van dat jaar op een binnenvaartschip voor een Luxemburgse vennootschap. Hij werkte op het grondgebied van EU-lidstaten, voornamelijk op de Rijn. Door Luxemburg is aan hem een E101-verklaring afgegeven, inhoudende dat de socialezekerheidswetgeving van Luxemburg op belanghebbende van toepassing is op grond van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.