NJ 1940/265
Wat voor aansprakelijkheid uit art. 25 Motor- en Rijw.wet moet worden gesteld.
HR 23-11-1939, ECLI:NL:HR:1939:115, m.nt. Prof. E.M. Meijers
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
23 november 1939
- Magistraten
Mrs. Visser, van Gelein Vitringa, Fick, Meckmann en van der Meulen
- Zaaknummer
[231939/NJ_1940-265]
- Conclusie
Mr. Wijnveldt
- Noot
Prof. E.M. Meijers
- JCDI
JCDI:ADS131183:1
- Vakgebied(en)
Verkeersrecht / Voertuigeisen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1939:115, Uitspraak, Hoge Raad, 23‑11‑1939
- Wetingang
(Motor- en Rijwielwet art. 25.)
Essentie
Wat voor aansprakelijkheid uit art. 25 Motor- en Rijw.wet moet worden gesteld.
Samenvatting
Om, ingevolge art. 25 Motor- en Rijw.wet, aansprakelijkheid van den eigenaar of houder van het motorrijtuig te kunnen aannemen voor de bij het artikel nader omschreven schade, wordt, naast het vereischte, dat er een botsing, aan- of overrijding met een motorrijtuig op de wegen of rijwielpaden heeft plaats gevonden, niet meer gevorderd dan dat tusschen dat ongeval en de berokkende schade causaal verband aanwezig zij. Ten onrechte acht het Hof noodig schade als gevolg van eene onmiddellijke of middellijke aanraking met niet door het motorrijtuig vervoerde ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.