Einde inhoudsopgave
Faillissementspauliana, Insolvenzanfechtung & Transaction Avoidance in Insolvencies (R&P nr. InsR1) 2010/3.3.0
3.3.0 Inleiding
mr. R.J. de Weijs, datum 15-03-2010
- Datum
15-03-2010
- Auteur
mr. R.J. de Weijs
- JCDI
JCDI:ADS402315:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Insolventierecht / Faillissement
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 435 lid 6IA geeft aan wanneer een rechtspersoon een associate is van een andere rechtspersoon: 6) A company is an associate of another company -(a) i f the same person has control of both, or a person has control of one and persons who are his associates, or he and persons who are his associates, have control of the other, or (b) i f a group of two or more persons has control of each company, and the groups either consist of the same persons or could be regarded as consisting of the same persons by treating (in one or more cases) a member of either group as replaced by a person of whom he is an associate.
Zie voor een uitgebreidere uiteenzetting van de dubbele opstelling van aandeelhouders en hoe benadeling van schuldeisers daarbij plaatsvindt, hoofdstuk 1 (§ 1.4.3).
Zowel onder de artikelen 238IA en 239 IA als artikel 245 IA geldt een verscherpt regime ten aanzien van connected persons, waaronder een controlerend aandeelhouder in de zin van artikel 435 IA valt.1 In de gevallen onder artikel 238 IA, 239 IA en 245 IA gaat het om aantastbare transacties die in het algemeen ongewenst zijn en waarbij deze extra verdacht zijn indien de wederpartij van de schuldenaar een gerelateerde persoon is. In hoofdstuk 1 is uiteengezet hoe schuldeisers benadeeld kunnen worden door een dubbele opstelling van aandeelhouders. Het gaat hierbij om gevallen waarin aandeelhouders, kort gezegd, de vennootschap niet met kapitaal maar met leningen financieren of met garanties 2 In deze gevallen is de hoedanigheid van aandeelhouder niet zozeer een bijkomende verdachtmakende omstandigheid, maar staat deze dubbele hoedanigheid centraal.
§ 3.3.1 bespreekt in hoeverre het Engelse recht een speciaal regime kent voor leningen verstrekt door een aandeelhouder. Gezien zal worden dat het Engelse recht hier geen aparte regels voor kent. Omdat in het Engelse recht wel af en toe een krachtig pleidooi wordt gehouden voor achterstelling van aandeelhouderslening naar Amerikaans voorbeeld en de gronden voor achterstelling in het Amerikaanse recht wezenlijk verschillen van achterstelling naar Duits recht, zal in § 3.3.1.1.1 het Amerikaanse recht terzake worden beschouwd. In § 3.3.2 wordt vervolgens bezien in hoeverre het Engelse recht een separaat regime kent voor die gevallen waarin de aandeelhouder zich sterk heeft gemaakt voor schulden van de schuldenaar en de schuldenaar juist deze schulden voldoet.