Milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden
Einde inhoudsopgave
Milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden 2021/III.4.1:III.4.1 Inleiding
Milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden 2021/III.4.1
III.4.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. T.R. Bleeker LLM, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
mr. T.R. Bleeker LLM
- JCDI
JCDI:ADS460288:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De centrale vraag van dit hoofdstuk is onder welke voorwaarden een bestuurlijke sanctie kan worden opgelegd aan een leidinggevende voor een milieuovertreding in bedrijfscontext. In paragraaf III.2 werd duidelijk dat bestuurlijke sancties in beginsel alleen kunnen worden opgelegd aan de overtreder. Daarom moet voor de beantwoording van de centrale vraag worden onderzocht welke voorwaarden gelden om een natuurlijke persoon met een leidinggevende functie binnen een onderneming aan te merken als overtreder van milieunormen.
Sinds de Vierde tranche Awb zijn er twee groepen overtreders te onderscheiden, en beide groepen hebben twee varianten.1 De eerste groep omvat de overtreders die zelf alle bestanddelen van de verbodsbepaling vervullen; de plegers. Tot de tweede groep behoren de overtreders die niet zelf alle bestanddelen vervullen van de verbodsbepaling, maar wel op zodanige manier bij de overtreding betrokken zijn dat ze niettemin kunnen worden aangemerkt als overtreder; de deelnemers.
Ik houd het in deze paragraaf bij een algemene schets van de vereisten van de verschillende overtrederschapsvormen. Zie het strafrechtelijke hoofdstuk voor een uitvoerige bespreking van deze aansprakelijkheidsfiguren.2 Het antwoord op de vraag wanneer een natuurlijke persoon met een leidinggevende functie binnen een onderneming kan worden aangemerkt als overtreder in verband met een bedrijfsmatige milieuovertreding, komt nader aan bod in paragraaf III.6.3. In die paragraaf sta ik ook stil bij de afwijkende invulling die de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State geeft aan het bestuursrechtelijke overtredersbegrip.
Het overtredersbegrip en een aantal andere centrale leerstukken uit het bestuursrechtelijke handhavingsrecht kennen de nodige onduidelijkheden, en het is makkelijk om verdwaald te raken in de terminologie en de criteria. Om het een en ander nog verder te verduidelijken en vergemakkelijken kom ik aan het einde van dit hoofdstuk in de conclusie terug op het bestuursrechtelijke overtredersbegrip. De conclusie bevat een schematische weergave van de bestuursrechtelijke overtredersbegrippen,3 een stappenplan voor het vinden van een passende overtrederschapsvorm,4 en een vergelijking van een aantal vaakverwarde begrippen uit het bestuursrechtelijke handhavingsrecht.5 Deze overzichtsparagrafen bewaar ik tot het einde van het hoofdstuk, zodat ik ook leerstukken die pas later in dit hoofdstuk bespreek (zoals drijverschap) erin kan meenemen.
In paragraaf III.4.3 en III.4.4 bespreek ik achtereenvolgens plegen en deelnemen in het kader van het bestuursrechtelijke overtredersbegrip. Maar eerst plaats ik hierna in paragraaf III.4.2 nog twee terminologische kanttekeningen ten aanzien van overtrederschap.