Het voorlopig getuigenverhoor
Einde inhoudsopgave
Het voorlopig getuigenverhoor (BPP nr. XVII) 2015/73:73 Voorlopig getuigenverhoor: door een bevoegde Nederlandse rechter ten behoeve van een civiele procedure
Het voorlopig getuigenverhoor (BPP nr. XVII) 2015/73
73 Voorlopig getuigenverhoor: door een bevoegde Nederlandse rechter ten behoeve van een civiele procedure
Documentgegevens:
Mr. E.F. Groot, datum 01-01-2015
- Datum
01-01-2015
- Auteur
Mr. E.F. Groot
- JCDI
JCDI:ADS454606:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Bewijs
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Handelingen II, Bijlagen 1950-51, 1585, nr. 5, p. 8 (MvA); HR 15 juli 1987, ECLI:NL:HR:1987: AC4268, NJ 1988, 2, m.nt. W.H. Heemskerk (Staat/Issa).
HR 15 juli 1987, ECLI:NL:HR:1987:AC4268, NJ 1988, 2, m.nt. W.H. Heemskerk (Staat/Issa)
Handelingen II, Bijlagen 1950-51, 1585, nr. 5, p. 8 (MvA).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een verzoek tot het doen houden van een voorlopig getuigenverhoor kan alleen worden bevolen door de bevoegde Nederlandse rechter ten behoeve van een civiele procedure. In dit hoofdstuk worden eerst de drie klassieke bevoegdheidsvragen beantwoord: naar de internationale bevoegdheid van de rechter (of: rechtsmacht, in par. 4.2.2) en naar de absolute en relatieve bevoegdheid van de rechter (in par. 4.2.3 en 4.2.4). Vervolgens wordt een aantal situaties behandeld waarin zowel civielrechtelijke als bestuurs- en strafrechtelijke aspecten een rol (kunnen) spelen en derhalve de beantwoording van de vraag naar de bevoegdheidsverdeling van de civiele rechter aan de ene kant en de bestuurs- en strafrechter aan de andere kant van belang is (par. 4.3).
De restrictie van een civiele hoofdzaak staat niet met zoveel woorden in de wet, maar moet daaruit wel worden afgeleid. De regeling van het voorlopig getuigenverhoor is opgenomen in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en dat heeft enkel betrekking op procedures voor de civiele rechter. Een ten onrechte, in het kader van een niet-civiele hoofdzaak, verzocht voorlopig getuigenverhoor moet dan ook worden afgewezen omdat een dergelijk verzoek strijdig is met de wettelijke regeling.1 De rechter dient summier te toetsen of de hoofdzaak een civiele procedure betreft; van de rechter wordt geen diepgaand onderzoek verlangd naar het karakter van de procedure ten behoeve waarvan het voorlopig getuigenverhoor wordt gevraagd.2 Volgens de parlementaire geschiedenis dient de rechter een voorlopig getuigenverhoor te weigeren als “duidelijk is dat het geschil niet tot de bevoegdheid van de burgerlijke rechter behoort”, maar is het niet de bedoeling om een beslissing te geven over de vraag of de hoofdzaak al dan niet een civiele procedure is.3