NJ 1923, p. 307
Beperking van het recht van eigendom van gronden uit hoofde van hun aard en bestemming. Verzwaringen verhooging van een dijk op last van het Waterschap zonder toestemming van den eigenaar. Geen onrechtmatige daad van het Waterschap, ook al kan het zich niet op een bepaling van geschreven recht beroepen.
HR 12-01-1923, ECLI:NL:HR:1923:120 (Schielands Hoge Zeedijk)
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
12 januari 1923
- Magistraten
Voorzitter: Mr. S. Gratama. Raden: Mrs. H. Hesse, J. Kosters, B. Ort en N. C. M. A. van den Dries
- Zaaknummer
[12011923/NJ_1923,_p._307]
- Conclusie
Mr. Besier
- Roepnaam
Schielands Hoge Zeedijk
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Goederenrecht (V)
Staatsrecht / Rechtspraak
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1923:120, Uitspraak, Hoge Raad, 12‑01‑1923
- Wetingang
(BW art. 625, 1401; RO art. 2.)
Essentie
Beperking van het recht van eigendom van gronden uit hoofde van hun aard en bestemming. Verzwaringen verhooging van een dijk op last van het Waterschap zonder toestemming van den eigenaar. Geen onrechtmatige daad van het Waterschap, ook al kan het zich niet op een bepaling van geschreven recht beroepen.
Samenvatting
Het Hoogheemraadschap Schieland kan het recht tot de op zijn last verrichte handelingen niet putten uit zijn Reglement en Keuren, daar deze wel van onderhoud, maar niet van verbetering spreken.
Toch is de daad van Schieland niet onrechtmatig. Het Waterschap was niet alleen gerechtigd, maar ook gehouden ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.