Einde inhoudsopgave
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/5.3.2
5.3.2 Eigendom in de zin van art. 1 EP
F. Eikelboom, datum 01-06-2017
- Datum
01-06-2017
- Auteur
F. Eikelboom
- JCDI
JCDI:ADS368518:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Barkhuysen en Van Emmerik Preadvies, p. 56 t/m 60.
Ploeger Preadvies, p. 111.
Zie bijvoorbeeld EHRM 29 maart 2010, appl.nr. 34044/02 (Depalle), r.o. 63 t/m 68.
Zie ook EHRM 29 november 1991, appl.nr. 12742/87 (Pine Valley) en EHRM 30 augustus 2007, NJ 2008/269 (Pye). Vgl. echter EHRM 24 juni 2003, appl.nr. 44277/98 (Stretch),r.o. 32.
Schild (Diss.) p. 173, EHRM 6 oktober 2005, appl.nr. 1513/03 (Draon). Zie ook EHRM 21 april 2016, appl.nr. 32913/03 (Topallaj), r.o. 88: “[…] However, in certain circumstances, a “legitimate expectation” of obtaining an “asset” may enjoy the protection of Article 1 of Protocol No. 1. Thus, where a proprietary interest is in the nature of a claim, the person in whom it is vested may be regarded as having a “legitimate expectation” if there is sufficient basis for the interest in national law, for example where there is settled domestic case-law confirming its existence (see Kopecký v. Slovakia [GC], no.44912/98, § 52, ECHR 2004-IX). However, no legitimate expectation can be said to arise where there is a dispute as to the correct interpretation and application of domestic law and the applicant’s submissions are subsequently rejected by the national courts (see Kopecký, cited above, § 50).”
EHRM 21 april 2016, appl.nr. 32913/03 (Topallaj), r.o. 88: “Article 1 of Protocol No. 1 applies only to a person’s existing possessions. Thus, future income thus cannot be considered to constitute “possessions” unless it has already been earned or is definitely payable. Furthermore, the hope that a long-extinguished property right may be revived cannot be regarded as a “possession”, nor can a conditional claim which has lapsed as a result of a failure to fulfil the condition (see Gratzinger and Gratzingerova v. the Czech Republic (dec.) [GC], no. 39794/98, § 69, ECHR 2002-VII).[…]”
EHRM 13 maart 2012, appl.nr. 23780/08, EHCR 2012/127 m.nt. Schild (Malik).
Barkhuysen en Van Emmerik 2003, p. 6. EHRM 7 juli 1989, Series A, nr. 159 (Tre Traktoter Aktiebolag vs. Zweden).
EHRM 13 maart 2012, appl.nr. 23780/08, EHCR 2012/127 m.nt. Schild (Malik).
V. Sagaert, ‘Eigendomsbescherming in de financiële crisis: gelijke smart is halve smart’, NTBR 2013/19.
Het EHRM legt verdragsautonoom uit wat verstaan moet worden onder “eigendom” (het EHRM gebruikt de term “possession”).1 Kort gezegd, is sprake van eigendom in de zin van art. 1 EP indien sprake is van rechten en belangen die een vermogenswaarde vertegenwoordigen. Met het oog daarop concludeert Ploeger dat ieder goed in de zin van art. 3:6 BW kwalificeert als “eigendom” in de zin van art. 1 EP.2 Ik ben het daarmee in zoverre eens dat ik in beginsel aanneem dat een vermogensrecht kwalificeert als een eigendomsrecht. Evenwel kan ik mij voorstellen dat in uitzonderlijke gevallen een vermogensrecht niet kwalificeert als een eigendomsrecht in de zin van art. 1 EP, bijvoorbeeld omdat het geen of een verwaarloosbare waarde heeft. Ook is voorstelbaar dat een naar Nederlands recht zelfstandig vermogensrecht niet wordt gekwalificeerd als een zelfstandig eigendomsrecht in de zin van art. 1 EP, maar in plaats daarvan wordt geacht deel uit te maken van een eigendomsrecht. Hierna zal dat nader worden uiteengezet.
De bescherming van art. 1 EP is niet beperkt tot wat naar Nederlands recht kwalificeert als een vermogensrecht.3 Zo kan ook een legitimate expectation of obtaining effective enjoyment of a property right kwalificeren als eigendom in de zin van art. 1 EP.4 Een dergelijke verwachting geniet derhalve dezelfde bescherming als ieder ander eigendomsrecht. Dit betekent bijvoorbeeld dat het feit dat een bepaald vermogensrecht op nietige wijze is ontstaan niet noodzakelijkerwijs betekent dat dit “vermogensrecht” niet als eigendom in de zin van art. 1 EP kan kwalificeren. Kort gezegd, kwalificeert dit nietige vermogensrecht als zodanig indien de rechthebbende daarop er op mocht vertrouwen dat toch sprake is van een vermogensrecht. Wat betreft vorderingsrechten geldt dat minstens sprake moet zijn van een arguable claim.5
Toekomstige inkomsten kwalificeren slechts als eigendom, als deze in rechte afdwingbaar zijn, of zijn verdiend.6
Een eigendomsrecht kan ook bestaan uit een combinatie van (rechts)feiten. Zo oordeelde het EHRM dat een bestuursrechtelijke vergunning niet zelfstandig kan kwalificeren als eigendom, maar wel in samenhang met het bedrijf waaraan de vergunning is verbonden.7 Een voorbeeld daarvan is een vergunning om alcohol te schenken die deel uitmaakte van het eigendom van een restaurant.8 Daarnaast kan in het verleden opgebouwde goodwill als onderdeel van het eigendom van het bedrijf worden beschouwd.9 Ik kan me voorstellen dat in voorkomende gevallen een naar Nederlands recht als zelfstandig te beschouwen vermogensrecht niet wordt gekwalificeerd als een zelfstandig eigendomsrecht in de zin van art. 1 EP, maar als onderdeel van het eigendom van dat bedrijf.
Ik concludeer dat het begrip eigendom als bedoeld in art. 1 EP niet altijd aansluit bij het in het Nederlandse recht gangbare begrippenkader. Een eigendomsrecht als bedoeld in art. 1 EP kan samenvallen met een Nederlandse rechtsfiguur (zoals een vermogensrecht, een vergunning), maar kan ook meer omvatten en wellicht ook minder. Het Nederlandse begrippenkader kan dan ook niet (altijd) worden gebruikt om te beoordelen welke (rechts)feiten in het kader van art. 1 EP relevant zijn en welke (rechts)feiten en/of rechtsfiguren los van elkaar, of juist in combinatie moeten worden gezien. In par. 5.3.5.3 geef ik daarvan een voorbeeld.
Met het oog op het bovenstaande ben ik het oneens met Sagaert die stelt dat eigendom het enige zakelijk recht zou zijn dat dat zichzelf verheven heeft tot fundamenteel grondrecht.10 Voor een goed begrip van de term eigendom in de zin van art. 1 EP moet het zakelijk recht eigendom worden vergeten.