Het vertrouwensbeginsel bij de interstatelijke samenwerking in strafzaken
Einde inhoudsopgave
Het vertrouwensbeginsel bij de interstatelijke samenwerking in strafzaken (SteR nr. 31) 2016/14.12:14.12 Nauwere samenwerking
Het vertrouwensbeginsel bij de interstatelijke samenwerking in strafzaken (SteR nr. 31) 2016/14.12
14.12 Nauwere samenwerking
Documentgegevens:
Thomas Kraniotis, datum 01-08-2016
- Datum
01-08-2016
- Auteur
Thomas Kraniotis
- JCDI
JCDI:ADS456982:1
- Vakgebied(en)
Bestuursprocesrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In zekere zin spiegelbeeldig is de mogelijkheid van nauwere samenwerking binnen de EU. Wanneer een groep lidstaten op een bepaald terrein nauwer wil samenwerken, terwijl een of meer andere lidstaten dat niet willen en voorstellen blokkeren, voorzien de verdragen in die mogelijkheid (zie in algemene zin artikel 20 VEU en voor de samenwerking in strafzaken in het bijzonder artikel 82 lid 3 VWEU). Ook zonder deze geformaliseerde wijze van samenwerken binnen het institutionele kader van de unie, kunnen lidstaten natuurlijk op basis van afzonderlijke verdragen nauwer samenwerken. Dit gebeurt ook, te denken valt aan het Akkoord van Schengen1 en de daarbij behorende Uitvoeringsovereenkomst2 en het Verdrag van Prüm.3 In beide gevallen bleek deze gewone verdragsrechtelijke samenwerking tussen enkele lidstaten een voorbode voor incorporatie van die samenwerking in de EU.
Met het oog op het vertrouwensbeginsel kan nauwere samenwerking belangrijk zijn. De voorbeelden van Schengen en Prüm laten zien dat een voorhoede van staten tot verdergaande samenwerking kunnen overgaan en daarbij zal een sterker onderling vertrouwen veelal een rol spelen. Of omgekeerd geformuleerd: het gaat in deze voorbeelden om (op dat moment) zo vergaande samenwerking dat die niet met alle lidstaten kon worden aangegaan, maar slechts met enkele verwante lidstaten. Sterker onderling vertrouwen hoeft echter niet de enige drijfveer te zijn om tot nauwere samenwerking te komen. Het kan ook om een blokkade gaan uit andere overwegingen, bijvoorbeeld als gevolg van een meer algemene sceptische opstelling ten opzichte van de EU. Maar ook in die gevallen blijft staan dat de samenwerking plaatsvindt binnen kleinere kring van staten, die veelal dichter bij het eigen rechtssysteem staan. Te verdedigen is dat binnen die samenwerking het vertrouwen een grotere rol kan spelen.