De reikwijdte van medezeggenschap
Einde inhoudsopgave
De reikwijdte van medezeggenschap (MSR nr. 63) 2014/6.6.5:6.6.5 De Wet melding collectief ontslag
De reikwijdte van medezeggenschap (MSR nr. 63) 2014/6.6.5
6.6.5 De Wet melding collectief ontslag
Documentgegevens:
Datum 01-01-2014
- Datum
01-01-2014
- JCDI
JCDI:ADS384875:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Hof van Justitie EU 3 maart 2011 C-235/10-239/10 (Landsbanki).
Zie bijvoorbeeld: P.R.W. Schaink, Arbeidsovereenkomst en faillissement, Deventer: Kluwer 2012, p. 28.
Zie J.C.A. Herstel en R.W.J.M. Schuurman, ‘Gewijzigd collectief ontslagrecht (ook) de curator op scherp!’, TvI 2012, 22.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De Wet melding collectief ontslag is gedeeltelijk van toepassing in de situatie dat de werkgever in staat van faillissement verkeert. De melding aan en de raadpleging van de betrokken vakbonden (art. 3 WMCO) is onverkort van toepassing op de failliete werkgever. Melding van het bevoegde gezag vindt alleen plaats indien het gezag daarom verzoekt. Ook de maand wachttermijn hoeft niet in acht worden genomen. Uit het arrest Landsbanki van het Hof van Justitie volgt dat de curator gelijk gesteld wordt met de werkgever.1 De curator moet dus de WMCO naleven in het geval dat hij meer dan 20 werknemers binnen een bepaald gebied ontslaat. In de praktijk wordt de WMCO bij failliete werkgevers vaak niet nageleefd. Niet alleen omdat de curator hiertoe vaak niet snel geneigd is, maar ook omdat de vakbonden er weinig behoefte aan hebben. Sinds de wijziging van de WMCO wordt het niet-naleven van de WMCO gesanctioneerd met de vernietigbaarheid van de opzegging (art. 7 WMCO). De vraag rijst of een deze sanctie ook geldt voor het niet-naleven van de meldings- en raadplegingsverplichting door de curator. Sommige auteurs menen van niet en stellen zich op het standpunt dat de wetgever vergeten is een uitzondering te maken voor de failliete werkgever.2 Ik betwijfel dat. Het uitgangspunt van de WMCO bij failliete ondernemingen is: van toepassing, tenzij daarop een uitzondering is gemaakt. Wanneer de wetgever art. 7 WMCO had willen beperken tot solvente ondernemingen, was er wel een uitzondering opgenomen. Bovendien volgt uit het eerder genoemde arrest tandsbanki dat naleving van de WMCO in faillissementssituaties van belang wordt geacht. Daarbij staat volgens het Hof van Justitie niet het voorkomen van ontslagen voorop, maar heeft het overleg tot doel de gevolgen te verzachten dan wel maatregelen te nemen. Het Hofvan Justitie bevestigt hiermee het belang van naleving van de WMCO in geval van faillissement. De sanctie van art. 7 WMCO draagt bij aan de naleving. Naar mijn mening moeten curatoren dus in het vervolg oplettender zijn ten aanzien van de naleving van de WMCO. Ik wijs er daarbij op dat de sanctie van art. 7 WMCO niet alleen geldt voor de raadpleging van vakbonden, maar ook voor het adviesrecht van de OR. Overigens is de vraag of een vernietiging van de opzegging de werknemers veel zal baten, nu de loongarantieregeling in duur beperkt is. Alleen bij een goedgevulde boedel zal de vernietiging van de opzegging aantrekkelijk zijn voor werknemers.
Om recht te doen aan het bijzondere karakter van de faillissementsprocedure lijkt mij het wenselijk dat de periode van de raadpleging, wordt afgetrokken van de maximale opzegtermijn van 6 weken (art. 40 FW).3 Als vakbonden geen behoefte hebben aan raadpleging kan worden gewerkt met een standaardverklaring, zodat de curator zonder al te veel vertraging door kan gaan met het opzeggen van de arbeidsovereenkomsten.