Hof Amsterdam, 09-11-2010, nr. 200.049.271
ECLI:NL:GHAMS:2010:BO9871
- Instantie
Hof Amsterdam
- Datum
09-11-2010
- Magistraten
Mrs. H.L. Wattel, C.G. ter Veer, F.W.J. Meijer
- Zaaknummer
200.049.271
- LJN
BO9871
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:GHAMS:2010:BO9871, Uitspraak, Hof Amsterdam, 09‑11‑2010
Uitspraak 09‑11‑2010
Mrs. H.L. Wattel, C.G. ter Veer, F.W.J. Meijer
Partij(en)
arrest in kort geding van de eerste civiele kamer van 9 november 2010
inzake
[appellant],
wonende te [woonplaats],
appellant,
advocaat: mr. J.A.W. Enoch,
tegen
de stichting
Nationale Stichting Tot Exploitatie Van Casinospelen In Nederland,
gevestigd te 's‑Gravenhage en kantoorhoudende te Hoofddorp (gemeente Haarlemmermeer),
geïntimeerde,
advocaat: mr. L.J. Haagsman.
1. Het geding in eerste aanleg
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van het vonnis van 14 oktober 2009 dat de voorzieningenrechter in de rechtbank Utrecht tussen appellant (hierna te noemen: [appellant]) als eiser en geïntimeerde (hierna te noemen: Holland Casino) als gedaagde in kort geding heeft gewezen; van dat vonnis is een fotokopie aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in hoger beroep
2.1
[appellant] heeft bij exploot van 10 november 2009, hersteld bij exploot van 19 november 2010, aangezegd van het hiervoor genoemde vonnis van 14 oktober 2009 in hoger beroep te komen, met dagvaarding van Holland Casino voor dit hof.
2.2
Bij memorie van grieven heeft [appellant] een grief tegen het bestreden vonnis aangevoerd en toegelicht, heeft hij bewijs aangeboden en nieuwe producties in het geding gebracht.
Hij heeft gevorderd dat het hof, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,
- (1)
het vonnis waarvan beroep zal vernietigen,
- (2)
Holland Casino alsnog zal bevelen hem toe te laten tot alle vestigingen van Holland Casino,
- (3)
een dwangsom zal bepalen van € 500,- althans een door het hof te bepalen bedrag voor iedere dag of deel daarvan dat Holland Casino aan het onder (2) gevorderde niet voldoet,
- (4)
Holland Casino zal veroordelen om al hetgeen [appellant] ter uitvoering van het bestreden vonnis aan Holland Casino heeft voldaan aan hem terug te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van betaling tot de dag van terugbetaling, en
- (5)
Holland Casino zal veroordelen in de kosten van beide instanties, te vermeerderen met de nakosten.
2.3
Bij memorie van antwoord heeft Holland Casino de grief bestreden en producties in het geding gebracht. Zij heeft geconcludeerd dat het hof de vorderingen van [appellant] zal afwijzen en [appellant] zal veroordelen in de kosten van het geding in (het hof leest) hoger beroep.
2.4
Ter zitting van 27 september 2009 hebben partijen de zaak doen bepleiten, [appellant] door mr. J.A.W. Enoch, advocaat te Utrecht, en Holland Casino door mrs. L.J. Haagsman en P.P. van Berkel, advocaten te Hoofddorp; beiden hebben daarbij pleitnotities in het geding gebracht.
2.5
Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest aan het hof overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.
3. De vaststaande feiten
3.1
Het hof gaat uit van de in het bestreden vonnis onder 2.1 tot en met 2.8 vermelde feiten.
4. De motivering van de beslissing in hoger beroep
4.1
Het gaat in deze zaak om het volgende. Holland Casino heeft [appellant] op 21 juli 2009 (speeldag 20 juli 2009) in haar casino te Utrecht een entreeverbod voor onbepaalde tijd opgelegd, geldend voor al haar vestigingen, wegens overtreding van het Huisreglement. Het verbod is erop gegrond dat [appellant] zich niet aan het kledingvoorschrift van Holland Casino heeft gehouden, de aanwijzingen van haar medewerkers niet heeft opgevolgd en de orde en rust in het casino heeft verstoord. [appellant] bestrijdt dat hij deze overtredingen heeft begaan en stelt dat Holland Casino, door hem het entreeverbod op te leggen, onrechtmatig jegens hem heeft gehandeld. Op grond daarvan vordert hij dat Holland Casino hem weer tot al haar vestigingen in Nederland en in het bijzonder ook de vestiging in Utrecht zal toelaten.
4.2
De voorzieningenrechter heeft deze vordering afgewezen. Zij heeft daartoe overwogen dat als uitgangspunt heeft te gelden dat Holland Casino een ruime mate van oordeelsvrijheid toekomt bij de beslissing of zij aan een bezoeker al dan niet een entreeverbod oplegt op grond van artikel 12 lid 2 van de Beschikking Casinospelen en artikel 11 lid 1b en 1f van het Huisreglement. Slechts in uitzonderlijke gevallen zal dus aanleiding kunnen bestaan om in het kader van een geding als het onderhavige aan een dergelijke beslissing van Holland Casino te tornen. Deze oordeelsvrijheid brengt tevens mee dat in kort geding kan worden uitgegaan van de door Holland Casino gegeven weergave van de feitelijke toedracht die aanleiding heeft gegeven tot het opleggen van het entreeverbod, mits deze deugdelijk is gedocumenteerd. Blijkens de interne rapportages van Holland Casino is dat hier het geval. Er zou uitsluitend aanleiding kunnen bestaan om af te wijken van de lezing van Holland Casino van deze feitelijke toedracht, indien de onjuistheid daarvan in kort geding aannemelijk zou zijn gemaakt, maar daarvan is in dit geval geen sprake, aldus de voorzieningenrechter. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter mocht Holland Casino op grond van de gedragingen van [appellant] zoals weergegeven in de interne rapportages redelijkerwijs besluiten om [appellant] een entreeverbod op te leggen.
4.3
Met zijn grief keert [appellant] zich tegen de overweging van de voorzieningenrechter dat als uitgangspunt geldt dat Holland Casino een ruime mate van oordeelsvrijheid toekomt bij de beslissing of aan [appellant] al dan niet een entreeverbod voor onbepaalde tijd wordt opgelegd. Hij stelt dat hij op 20 juli 2009 in eerste instantie werd toegelaten tot de speelruimtes van het casino, dat hij vervolgens door een supervisor werd aangesproken naar aanleiding van zijn weigering om zijn jas af te geven bij de garderobe en dat hij toen heeft gevraagd om een kopie van de kledingvoorschriften, waaruit zou blijken dat het door hem gedragen jasje niet werd getolereerd. Hij wijst er op dat in artikel 6 van het Huisreglement niet meer staat dan dat ‘bezoekers zijn gehouden verzorgde kleding te dragen die past bij de sfeer van het casino’. De dresscode ‘stijlvol en verzorgd’, die op www.hollandcasino.nl is gepubliceerd, waarin staat dat het niet de bedoeling is ‘buiten’-jassen te dragen, is pas op 1 februari 2010 ingevoerd, zo voegt hij daaraan toe. Hij betwist verder dat hij de orde en rust in het casino heeft verstoord. Voorts merkt hij op dat Holland Casino hem op 3 november 2009 ook een entreeverbod voor onbepaalde tijd heeft opgelegd voor haar hoofdkantoor in Hoofddorp, alleen omdat hij daar nadere informatie vroeg in verband met de regels en de hem opgelegde ‘straffen’ van negen jaar geleden. Volgens [appellant] bevestigt dit dat Holland Casino met de opgelegde entreeverboden verder gaat dan wat het Huisreglement toelaat. Hij concludeert dat Holland Casino het entreeverbod willekeurig en buiten proporties heeft toegepast.
4.4
Bij de beoordeling hiervan stelt het hof het volgende voorop. Bij de Beschikking Casinospelen 1996 is aan Holland Casino vergunning verleend voor het organiseren van een speelcasino in diverse gemeenten, waaronder de gemeente Utrecht. Aan de vergunning is een aantal in de Beschikking opgenomen voorschriften verbonden. Op grond van artikel 10, eerste lid, van de Beschikking is Holland Casino verplicht maatregelen en voorzieningen te treffen die noodzakelijk zijn voor een behoorlijk toezicht op de toegang tot het speelcasino en die noodzakelijk zijn voor het handhaven van de orde en rust in de speelzaal. Het tweede lid van dit artikel schrijft voor dat Holland Casino een reglement opstelt met regels die door de bezoekers in acht moeten worden genomen bij de toegang tot het speelcasino en het verblijf in de speelzaal. Het derde lid bepaalt dat het huisreglement tenminste regels bevat inzake (onder meer) het opleggen van entreeverboden, kledingvoorschriften en de orde en rust in de speelzaal. Ingevolge artikel 12, eerste lid, aanhef en onder c, moet Holland Casino de toegang tot het speelcasino weigeren aan personen die niet voldoen aan de in het huisreglement gestelde regels inzake de toegang, dan wel uit wier gedragingen of uitlatingen redelijkerwijs valt op te maken dat zij de in het huisreglement gestelde regels niet in acht zullen nemen. Volgens het tweede lid kan Holland Casino de verdere toegang tot het speelcasino ontzeggen aan personen die de bepalingen van het huisreglement niet in acht nemen.
4.5
Het ‘Huisreglement voor de speelcasino's’, dat op grond van artikel 10, tweede lid, van de Beschikking is opgesteld, houdt voor zover hier van belang het volgende in.
‘Artikel 1
De bezoekers van de speelcasino's van Holland Casino zijn gehouden, onverschillig of zij aan het spel deelnemen of niet, (…) de voorschriften van het Huisreglement 2000 in acht te nemen.
Artikel 2
(…)
- 2.
De bezoekers zijn gehouden de aanwijzingen op te volgen die door de daartoe bevoegde functionaris(sen) van een speelcasino, in het belang van de bij het casino behorende veiligheid, rust en orde (…) worden gegeven.
Artikel 6
Bezoekers zijn gehouden verzorgde kleding te dragen, die past bij de sfeer van het casino.
Artikel 11
- 3.
Holland Casino ontzegt de toegang tot de speelcasino's aan personen die:
(…)
- b.
naar het oordeel van Holland Casino de indruk wekken de orde en rust te zullen verstoren (…);
(…)
- f.
de regels van de Beschikking casinospelen, Huisreglement of het Spelreglement overtreden, dan wel de indruk wekken deze regels niet in acht te zullen nemen; (…).’
4.6
Uit het voorgaande moet voorshands worden afgeleid dat Holland Casino de bevoegdheid heeft een toegangsverbod voor bepaalde of onbepaalde tijd op te leggen aan bezoekers die zich niet houden aan de bepalingen van de Beschikking en het Huisreglement, zoals de regel dat bezoekers aanwijzingen van het personeel in het belang van de veiligheid, orde en rust moeten opvolgen, gepaste kleding moeten dragen en de orde en rust in de speelzaal niet mogen verstoren. Het hof onderschrijft het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter dat Holland Casino daarbij, gelet op de aard van de bevoegdheid, een ruime mate van beoordelingsvrijheid toekomt. Van onrechtmatig handelen van Holland Casino zal in dit verband pas sprake zijn als zij van de gegeven bevoegdheid misbruik maakt. Voor zover [appellant] in zijn grief van een andere maatstaf uitgaat, wordt hij daarin door het hof dus niet gevolgd.
4.7
Het is in beginsel ook aan Holland Casino te bepalen hoe zij invulling geeft aan het kledingvoorschrift (‘verzorgde kleding die past bij de sfeer van het casino’). Zoals Holland Casino bij pleidooi in hoger beroep heeft toegelicht, voert zij in dit kader en uit veiligheidsoverwegingen het beleid dat bezoekers in de speelruimte geen buitenjassen mogen dragen.
Onomstreden is dat dit beleid in redelijkheid door haar kan worden gevoerd. Voor zover [appellant] heeft willen betogen dat Holland Casino niet bevoegd was van hem te verlangen dat hij bij het betreden van de speelzaal zijn jas zou uitdoen, omdat in het Huisreglement niet staat dat het dragen van een jas niet is toegestaan, kan hij daarin dus niet worden gevolgd. Dat de dresscode ‘stijlvol en verzorgd’ (waarin met zoveel woorden is opgenomen dat het dragen van een buitenjas niet de bedoeling is) pas na het opleggen van het onderhavige verbod is ingevoerd, betekent evenmin dat genoemd beleid daarvoor nog niet kon worden gevoerd.
4.8
Voor de feitelijke gang van zaken, die de aanleiding vormde tot het opleggen van het entreeverbod, beroept Holland Casino zich op interne verslagen waarin de gebeurtenissen in het casino in Utrecht op de speeldagen 19 en 20 juli 2009 zijn vastgelegd. De inhoud daarvan is weergegeven in rechtsoverweging 2.1 tot en met 2.3 van het bestreden vonnis en wordt als hier ingelast beschouwd. Onbetwist is dat de gast waarover in het eerste verslag wordt gesproken [appellant] is. De bezoeker aangeduid als [appellant] en [appellant] in het tweede en derde verslag is eveneens [appellant].
4.9
In de toelichting op zijn grief stelt [appellant] dat de in het tweede verslag beschreven gang van zaken onjuist is. Hij wijst erop dat mevrouw [assistant manager security] (de assistant manager security van Holland Casino, die het entreeverbod heeft uitgevaardigd) in de strafzaak tegen hem als getuige heeft verklaard dat [appellant] in eerste instantie toegang werd verleend tot het casino omdat hij geen jasje aan had met een rits, dat hij moest afgeven bij de garderobe van het casino. Volgens [appellant] is dit in tegenspraak met het verslag, waarin staat dat hij met jas het casino zou hebben willen betreden. Hij stelt verder dat de getuige heeft verklaard dat hij vervolgens is aangehouden door de security en naar een aparte ruimte van het casino is gebracht, waar met hem is besproken dat hij de vorige keren dat hij in het casino kwam zijn jas met rits had moeten afgeven omdat deze niet aan de kledingvoorschriften voldeed. [appellant] ontkent voorts dat hij het verdere door Holland Casino beschreven gedrag heeft vertoond, waaronder met name het harder praten en schreeuwen/gillen.
4.10.
Met het voorgaande heeft [appellant] de juistheid van de in de verslagen beschreven gang van zaken echter onvoldoende betwist. Tegenover de gedetailleerde beschrijving daarvan in de verslagen legt zijn enkele ontkenning dat hij het beschreven gedrag heeft vertoond onvoldoende gewicht in de schaal. Gelet daarop is in het kader van dit kort geding niet aannemelijk geworden dat de beschreven toedracht onjuist is. Naar voorlopig oordeel van het hof mocht Holland Casino bij haar beslissing dan ook van deze toedracht uitgegaan.
4.11
Uit voormelde verslagen komt naar voren dat [appellant] op beide avonden, en in elk geval op de eerste avond, met een jas aan het casino heeft betreden en, nadat hij daarop door medewerkers van Holland Casino werd aangesproken, in discussie ging over de vraag waar staat dat het dragen van deze jas in het casino niet is toegestaan. Kennelijk heeft hij daarbij geen genoegen willen nemen met de uitleg dat dit volgt uit het kledingvoorschrift in artikel 6 van het Huisreglement. Zoals hiervoor is overwogen, kon Holland Casino echter wel degelijk op basis van die bepaling van hem vragen bij het betreden van de speelruimte zijn jas uit te doen. Bovendien had [appellant] in elk geval de aanwijzingen van het personeel van Holland Casino moeten opvolgen. Uit de verslagen blijkt genoegzaam dat [appellant] de gegeven aanwijzingen heeft genegeerd en harder is gaan praten en is gaan schreeuwen toen het personeel hem niet liet begaan. Aannemelijk is dat daarmee ook de orde en rust in het casino werden verstoord.
4.12
Naar voorlopig oordeel van het hof heeft Holland Casino op grond van deze gedragingen in redelijkheid kunnen besluiten om [appellant] een entreeverbod voor haar casino's op te leggen. Niet aannemelijk is geworden dat Holland Casino haar bevoegdheid daartoe heeft misbruikt door haar uit te oefenen met geen ander doel dan om [appellant] te schaden of met een ander doel dan waarvoor zij is verleend. Aangenomen kan worden dat Holland Casino het entreeverbod heeft opgelegd, niet slechts omdat [appellant] lastige vragen stelde, maar omdat Holland Casino het Huisreglement en de orde en rust in het casino dient te handhaven. Evenmin is aannemelijk dat een zodanige onevenredigheid bestaat tussen het belang bij uitoefening van de bevoegdheid en het belang dat daardoor wordt geschaad, dat Holland Casino naar redelijkheid niet tot die uitoefening had kunnen komen. Enig belang bij het vrijelijk kunnen bezoeken van de casino's van Holland Casino kan [appellant] niet worden ontzegd, maar dat belang weegt in elk geval niet zwaarder dan het belang van Holland Casino bij het waarborgen van de naleving van het Huisreglement en de orde en rust in haar casino's. Het standpunt van [appellant] dat gelet op de feiten een entreeverbod voor onbepaalde tijd disproportioneel is, wordt door het hof ook niet gedeeld. Daarbij weegt mee dat, zoals Holland Casino in hoger beroep heeft herhaald, [appellant] na verloop van een jaar aan Holland Casino had kunnen verzoeken en nog steeds kan verzoeken het entreeverbod op te heffen, in welk geval een heroverweging plaatsvindt. Naar voorlopig oordeel van het hof heeft Holland Casino met dit toegangsverbod dan ook geen misbruik van bevoegdheid gemaakt en is van onrechtmatig handelen jegens [appellant] geen sprake.
4.13
Gelet op het voorgaande heeft de voorzieningenrechter de vordering van [appellant] terecht afgewezen. Op hetgeen [appellant] heeft aangevoerd over het later ook nog aan hem opgelegde entreeverbod voor het hoofdkantoor van Holland Casino, behoeft het hof niet in te gaan, omdat dit niet tot een andere beslissing kan leiden. Het verweer van Holland Casino dat de vordering te ruim is geformuleerd om voor toewijzing in aanmerking te kunnen komen, behoeft gelet op het voorgaande ook geen bespreking meer.
4.14
Het door [appellant] gedane bewijsaanbod wordt verworpen, reeds omdat deze procedure in kort geding zich niet leent voor bewijslevering.
Slotsom
4.15
De grief faalt, zodat het bestreden vonnis moet worden bekrachtigd. Als de in het ongelijk gestelde partij zal [appellant] in de kosten van het hoger beroep worden veroordeeld.
6. De beslissing
Het hof, recht doende in hoger beroep in kort geding:
bekrachtigt het tussen partijen gewezen vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Utrecht van 14 oktober 2009;
veroordeelt [appellant] in de kosten van het hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Holland Casino begroot op € 2.682,- voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief en op € 313,- voor griffierecht;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit arrest is gewezen door mrs. H.L. Wattel, C.G. ter Veer en F.W.J. Meijer en is in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 november 2010.