Einde inhoudsopgave
Aftrekbeperkingen van de rente in het internationale belastingrecht (FM nr. 132) 2008/9.5.4.4
9.5.4.4 Art. 10d, lid 11, Wet VPB 1969
mr. J. Vleggeert, datum 01-11-2008
- Datum
01-11-2008
- Auteur
mr. J. Vleggeert
- JCDI
JCDI:ADS298366:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting / Deelnemingsvrijstelling
Internationaal belastingrecht (V)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Internationaal belastingrecht / Heffingsbevoegdheid
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Europees belastingrecht (V)
Europees belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Hierbij wordt het teveel aan vreemd vermogen berekend zonder toepassing van de franchise.
Hierbij wordt het teveel aan vreemd vermogen berekend zonder toepassing van de franchise.
Zie de nota van toelichting bij het besluit van 8 april 2005 tot wijziging van het BvdB 2001, Stb. 2005, 197.
Zie de Nota van Toelichting bij het besluit van 8 april 2005 tot wijziging van het BvdB 2001, Stb. 2005, 197.
In art. 10d, lid 11, is voorzien in de bevoegdheid om bij algemene maatregel van bestuur nadere regels te geven met betrekking tot de toepassing van het negende en het tiende lid. Deze regels zijn neergelegd in art. 32, lid 6 en 7, BvdB 2001.
Art. 32, lid 6, BvdB 2001 heeft betrekking op de verdeling van de franchise van € 500 000. Dit voorschrift heeft de volgende achtergrond. Omdat de regeling tegen onderkapitalisatie zelfstandig wordt toegepast op de winst van een vaste inrichting, geldt de franchise ook bij de bepaling van de vaste inrichtingswinst. Als sprake is van meerdere vaste inrichtingen zou de franchise zonder nadere regelgeving van toepassing zijn op de berekening van de vrij te stellen winst van iedere vaste inrichting afzonderlijk. Om dit te voorkomen, wordt in het zesde lid geregeld dat de franchise bij elkaar maar één keer in aanmerking wordt genomen bij de berekening van de vaste-inrichtingwinst. Daartoe wordt de franchise per vaste inrichting toegedeeld naar de verhouding waarin het teveel aan vreemd vermogen1 van de betreffende vaste inrichting staat tot het teveel aan vreemd vermogen2 van de vaste inrichtingen gezamenlijk.3
Art. 32, lid 7, BvdB 2001 regelt de toedeling van het plafond. Volgens het voorschrift wordt het plafond alleen toegedeeld aan buitenlandse ondernemingen waarvan de rente in aftrek wordt beperkt als gevolg van de regeling tegen onderkapitalisatie. De verdeling vindt per vaste inrichting plaats aan de hand van de verhouding tussen de niet-aftrekbare rente na toepassing van de franchise van de betreffende vaste inrichting en de som van de niet-aftrekbare rente na toepassing van de franchise van de vaste inrichtingen gezamenlijk.4