AB 2025/231
Proceskostenvergoeding. Cassatie in belang der wet. De beperking van de proceskostenvergoeding in WAHV-zaken waarbij rechtsbijstand wordt verleend op basis van no cure, no pay is niet in strijd met het discriminatieverbod.
HR 24-06-2025, ECLI:NL:HR:2025:985, m.nt. B. Tijssen
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
24 juni 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, M.W.C. Feteris, A.L.J. van Strien, M. Kuijer, T. Kooijmans
- Zaaknummer
25/00406 CW
- Noot
B. Tijssen
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD23564:1
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Verkeersrecht / Handhaving verkeersvoorschriften
Bijzonder strafrecht / Verkeersstrafrecht
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Juridische beroepen / Advocaat
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:985, Uitspraak, Hoge Raad, 24‑06‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:369, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 25‑03‑2025
- Wetingang
Art. 13a lid 2 WAHV
Essentie
Proceskostenvergoeding. Cassatie in belang der wet. De beperking van de proceskostenvergoeding in WAHV-zaken waarbij rechtsbijstand wordt verleend op basis van no cure, no pay is niet in strijd met het discriminatieverbod.
Samenvatting
In het arrest van 17 januari 2025 is de Hoge Raad in een belastingzaak ingegaan op de Whpkv, voor zover deze wijzigingen betreft in de Wet WOZ en de Wet bpm.
De Hoge Raad heeft vervolgens geoordeeld dat de regeling over de beperkingen van proceskostenvergoedingen in de Whpkv, voor zover deze wet wijzigingen betreft in de Wet WOZ en de Wet bpm, een legitiem doel ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.